Momentopname & Reflectie 2025 · Industrie

Industrie in de Gelderse momentopname 2025

De Gelderse industrie laat tussen 2021 en 2022 een beperkte daling zien: van 3.706 naar 3.548 kton CO₂-eq. Deze sectorpagina laat zien welk reductie- en vastleggingspotentieel richting 2030 nog beschikbaar is, met energie-efficiëntie, stortgasafvang, CCS/CCU en biobased bouwen als belangrijkste routes.

Publicatie maart 2025 · data t/m 2022-2023

Download de sectoranalyse Bekijk oplossingen

-4,3%
uitstootontwikkeling industrie 2021-2022
3.548
kton CO₂-eq uitstoot in 2022
1.725
kton CO₂-eq reductiepotentieel 2030
231
kton CO₂-eq vastleggingspotentieel 2030
950
kton CO₂-eq potentieel energie-efficiëntie
← Onderdeel van Momentopname & Reflectie 2025
Leeswijzer

Voortgangslaag op de Klimaatkansenkaart

Publicatie
Maart 2025.
Databasis
Emissiedata tot en met 2022 en 2023. Registratiedata loopt enkele jaren achter op het publicatiemoment.
Rol van deze pagina
Voortgangsfoto voor de sector industrie, als aanvulling op de Klimaatkansenkaart Gelderland 2023-2024.
Hoofdproject
Klimaatkansen Gelderland: Momentopname & Reflectie 2025.
Methode

TTW voor uitstoot, WTW voor oplossingen

De uitstootontwikkeling wordt getoond als TTW-registratie: emissies binnen de provinciegrens. De oplossingsanalyse gebruikt WTW, omdat maatregelen zoals elektriciteitsbesparing, elektrificatie en biobased materiaalgebruik ook effecten in de keten hebben. De volledige methodische toelichting staat op de aparte methodepagina.

Bekijk methode TTW/WTW

Emissie ontwikkeling

De industriële uitstoot in Gelderland daalde tussen 2021 en 2022 van 3.706 naar 3.548 kton CO₂-eq. Dat is een daling van 4,3%. Landelijk daalde de industriële uitstoot in dezelfde periode sterker, met circa 19,9%.

De sector laat daarmee wel voortgang zien, maar blijft achter bij de landelijke versnelling. De verklaring ligt niet bij één maatregel, maar bij een combinatie van energieprijzen, beperkte netcapaciteit, trage proces-elektrificatie en de opstartfase van grotere industriële transitieprojecten.

Kernpunt. De sector is niet stilgevallen, maar de daling is nog onvoldoende om het beschikbare potentieel richting 2030 volledig te benutten.

Resterend potentieel

De vier onderzochte industriële oplossingen hebben samen een reductiepotentieel van 769 tot 1.725 kton CO₂-eq per jaar in 2030. Daarnaast is 116 tot 231 kton CO₂-eq per jaar aan vastlegging mogelijk via biobased bouwen en industriële koolstofroutes.

Het grootste reductiepotentieel ligt bij energie-efficiëntie. Stortgasafvang vormt een tweede grote route, vooral omdat methaanreductie snel klimaatwinst oplevert. CCS bij de afvalverbrandingsinstallatie biedt een technologische route voor moeilijk vermijdbare emissies. Biobased bouwen koppelt industriële materiaalkeuzes aan tijdelijke koolstofopslag in de gebouwde omgeving.

OplossingRaming 2030Ambitieus 2030Hoofdrol
Energie-efficiëntie410 kton CO₂-eq reductie950 kton CO₂-eq reductieProcesoptimalisatie, warmteterugwinning, elektrificatie en energiebesparing.
Stortgasafvang209 kton CO₂-eq reductie475 kton CO₂-eq reductieMethaanemissies uit stortplaatsen beperken.
CCS AVI150 kton CO₂-eq reductie300 kton CO₂-eq reductieAfvang en opslag of toepassing van CO₂ bij afvalverbranding.
Biobased bouwen116 kton CO₂-eq vastlegging231 kton CO₂-eq vastleggingKoolstofopslag in biobased bouwmaterialen en materiaalvervanging.

De oplossingen

De oplossingsmix voor industrie bestaat uit drie directe reductieroutes en één vastleggingsroute. De belangrijkste opgave is het versnellen van bewezen maatregelen, omdat de randvoorwaarden voor grootschalige elektrificatie en koolstofafvang nog niet overal op orde zijn.

Energie-efficiëntie

Energie-efficiëntie is de grootste directe hefboom binnen de industriële sector. Het gaat om efficiëntere processen, warmteterugwinning, isolatie, monitoring, energiemanagement en elektrificatie waar netcapaciteit beschikbaar is.

410-950
kton CO₂-eq reductie in 2030
grootste route
hoogste reductiepotentieel binnen industrie

Stortgasafvang

Stortgasafvang richt zich op methaan uit stortplaatsen. Door betere afvang, monitoring en benutting van stortgas kan relatief snel klimaatwinst worden gerealiseerd.

209-475
kton CO₂-eq reductie in 2030
laaghangend fruit
snelle route voor methaanreductie

CCS AVI

CCS bij afvalverbrandingsinstallaties biedt een route voor emissies die moeilijk direct te vermijden zijn. AVI Duiven is daarbij een logische Gelderse kerncase, mede door bestaande CO₂-afvang en mogelijke opschaling.

150-300
kton CO₂-eq reductie in 2030
60 kton
huidige CO₂-afvang per jaar bij AVR Duiven

Biobased bouwen

Biobased bouwen verbindt de industrie met landbouw, bosbouw en gebouwde omgeving. Hout, vezelgewassen en biobased composieten kunnen fossiele en minerale materialen vervangen en tijdelijk koolstof opslaan in gebouwen.

116-231
kton CO₂-eq vastlegging in 2030
ketenroute
industrie, bouw en landgebruik samen

Technologische koolstofvastlegging

Voor industrie ligt koolstofvastlegging vooral bij technologische routes. CCS bij AVI Duiven kan op termijn richting circa 300 kton CO₂ per jaar worden opgeschaald. De bestaande afvang van circa 60 kton CO₂ per jaar wordt al toegepast in de glastuinbouw.

Geologische opslag binnen Gelderland is beperkt of niet logisch vanuit regionale ondergrond en infrastructuur. De kans ligt daarom vooral in afvang, transport, toepassing en koppeling met nationale of grensoverschrijdende opslagketens. BECCS en DACCS zijn voor de korte termijn nog minder realistisch door kosten, complexiteit en schaalbaarheid.

Biobased bouwen vormt een aanvullende, tijdelijke vastleggingsroute. Deze route vraagt niet alleen industriële innovatie, maar ook stabiele vraag vanuit de bouw, beschikbaarheid van vezelgewassen, kwaliteitsborging en regionale ketenontwikkeling.

Focus 2025-2030

De periode tot 2030 vraagt vooral om versnelling van bestaande en technisch haalbare routes. Energie-efficiëntie kan verder worden versterkt via handhaving van de energiebesparingsplicht, procesoptimalisatie en ondersteuning van bedrijven met hoge warmtevraag.

Stortgasafvang vraagt een praktische uitvoeringsagenda: betere monitoring, prestatieafspraken en optimalisatie van bestaande installaties. CCS/CCU vraagt een concreet opschalingspad rond AVI Duiven, inclusief afweging tussen toepassing, opslag, infrastructuur en ruimtelijke inpassing.

Aanbevolen prioriteiten

Industrie versnellen richting 2030

1. Besparing
Versnel energie-efficiëntie bij industriële processen met hoge warmtevraag.
2. Methaan
Maak stortgasafvang tot uitvoeringsroute met monitoring en prestatieafspraken.
3. Afvang
Werk aan een opschalingspad voor CCS/CCU rond AVI Duiven.
4. Materialen
Ontwikkel regionale biobased bouwketens met stabiele vraag vanuit bouwprojecten.
5. Randvoorwaarden
Koppel industriële elektrificatie aan netcapaciteit, restwarmte, ruimtelijke planning en vergunningen.

Doorkijk 2030-2050

Richting 2050 verschuift de industriële opgave van losse maatregelen naar systeemverandering. Bioraffinaderijen, circulaire grondstoffenketens, biocomposieten en nieuwe biopolymeren kunnen de materiaalbasis van de industrie veranderen.

De ambitie vraagt dat biobased materialen niet niche blijven, maar standaard onderdeel worden van nieuwbouw, renovatie en industriële materiaalontwikkeling. Tegelijk vraagt CCS bij AVI en andere puntbronnen om duidelijke keuzes over tijdelijke toepassing, permanente opslag en de verhouding tot afvalreductie en circulariteit.

Methode en bronnen

De cijfers zijn gebaseerd op de Momentopname & Reflectie Gelderland 2025, de Klimaatkansenkaart Gelderland 2023-2024 en de onderliggende methodologische bijlage. De emissieontwikkeling volgt de beschikbare TTW-emissieregistratie. Het oplossingspotentieel is doorgerekend met een WTW-benadering, zodat keteneffecten van maatregelen zichtbaar worden.

De analyse is bedoeld om prioriteiten te ordenen. De cijfers geven richting voor beleid, uitvoering en verdiepende projectontwikkeling, maar zijn geen projectspecifieke garantie.

Lees de methodepagina TTW/WTW

Inzichten uit deze sector

Citeerbare cijfers, observaties en aanbevelingen uit de sectoranalyse. Vrij te gebruiken onder CC BY 4.0, met bronvermelding.

Veelgestelde vragen

Waarom is industrie in Gelderland een lastige sector om te verduurzamen?

De sector combineert proceswarmte, energie-intensieve activiteiten, afvalverwerking, stortgas en materiaalproductie. Daardoor zijn zowel energiebesparing, elektrificatie, methaanreductie, CCS/CCU als materiaalvervanging nodig.

Welke industriële oplossing heeft het grootste reductiepotentieel?

Energie-efficiëntie heeft het grootste reductiepotentieel binnen de onderzochte industriële oplossingen: 410 kton CO₂-eq per jaar in het ramingsscenario en 950 kton CO₂-eq per jaar in het ambitieuze scenario voor 2030.

Wat is de rol van CCS en CCU bij AVI Duiven?

AVI Duiven is een concrete Gelderse kerncase voor CO₂-afvang. De bestaande afvang ligt rond 60 kton CO₂ per jaar voor toepassing in de glastuinbouw. Opschaling kan richting circa 300 kton CO₂ per jaar gaan, afhankelijk van infrastructuur, opslagroute en beleidskeuzes.

Waarom wordt TTW gebruikt voor uitstoot en WTW voor oplossingen?

TTW is geschikt voor registratie van emissies binnen de provinciegrens. WTW is nodig voor oplossingenanalyse, omdat maatregelen zoals elektriciteitsbesparing, elektrificatie en biobased bouwen ook effecten in de keten hebben.

Hoe verhoudt deze pagina zich tot de Klimaatkansenkaart Gelderland 2023-2024?

Deze pagina is een 2025-momentopname en reflectielaag. De pagina vervangt de Klimaatkansenkaart Gelderland 2023-2024 niet, maar laat zien wat de meest recente beschikbare data en inzichten betekenen voor de sector industrie.

Verder lezen

Van momentopname naar uitvoering

Een gekwantificeerde klimaataanpak maakt zichtbaar welke maatregelen prioriteit verdienen, welke randvoorwaarden ontbreken en waar uitvoering versneld kan worden.

Bekijk de aanpak
Scroll naar boven
ite nodig; verwijder dit snippet en de pagina is exact terug bij af. Plaatsing: WPCode -> nieuw snippet -> type HTML -> Footer / site-wide. De guard hieronder beperkt het tot pagina 8365 (Utrecht). ============================================================ */ (function(){ "use strict"; function init(){ var b = document.body; if(!b) return; // GUARD: alleen op de pilotpagina (single project, postid-8365) if(!b.classList.contains("single-project") || !b.classList.contains("postid-8365")) return; // idempotent: niet dubbel bouwen if(document.querySelector(".ne-leesbalk")) return; var root = document.querySelector(".ne-rd"); if(!root) return;// --- hoofdstukken: echte ankers, over containers heen, in leesvolgorde --- var sel = ".ne-rd .rd-report > section[id], .ne-rd .report > section[id], .ne-rd .huisband[id], .ne-rd .ne-inzichtenband[id], .ne-rd #gerelateerd"; var nodes = [].slice.call(document.querySelectorAll(sel)); // dedupe + documentvolgorde nodes = nodes.filter(function(n,i){ return nodes.indexOf(n) === i; }); nodes.sort(function(a,c){ return (a.compareDocumentPosition(c) & 2) ? 1 : -1; }); if(nodes.length < 2) return;var hoofdstukken = nodes.map(function(n){ var h = n.querySelector("h2"); var t = h ? h.textContent.replace(/\s+/g," ").trim() : (n.id || "Hoofdstuk"); return { id:n.id, titel:t, el:n }; }); var total = hoofdstukken.length, current = 0;// --- #downloads-fix: de downloadband heeft geen id, knoppen linken er wel naar --- if(!document.getElementById("downloads")){ var dl = document.querySelector(".ne-rd .dlband"); if(dl) dl.id = "downloads"; }// --- CSS injecteren (identiek aan het toekomstige post-31-blok) --- var css = "" +"@media(max-width:760px){" +"body.single-project:has(.ne-leesbalk) .ne-rd .rd-report p,body.single-project:has(.ne-leesbalk) .ne-rd .report p{font-size:16px;line-height:1.78;color:#243b3e;margin:0 0 14px}" +"body.single-project:has(.ne-leesbalk) .ne-rd .rd-report h2,body.single-project:has(.ne-leesbalk) .ne-rd .report h2{font-size:21px;margin:22px 0 8px}" +"body.single-project:has(.ne-leesbalk) .ne-rd .rd-report{max-width:62ch}" +"body.single-project:has(.ne-leesbalk) .ne-rd .inzet-label{font-family:'Unlock',sans-serif;font-size:10px;letter-spacing:.09em;color:#159b86;margin:6px 0 8px}" +"}" +"@media(max-width:900px){body.single-project:has(.ne-leesbalk) .ne-rd .rd-toc{display:none}}" +"@media(max-width:900px){" +"body.single-project:has(.ne-leesbalk) .site-main{padding-bottom:72px}" +"body.single-project:has(.ne-leesbalk) .ne-rd .huisband[id],body.single-project:has(.ne-leesbalk) .ne-rd .ne-inzichtenband[id],body.single-project:has(.ne-leesbalk) .ne-rd #gerelateerd{scroll-margin-top:120px}" +".ne-leesbalk{position:fixed;left:0;right:0;bottom:0;z-index:1200;display:flex;align-items:center;gap:10px;padding:9px 12px;background:#0f3b42;padding-bottom:calc(9px + env(safe-area-inset-bottom))}" +".ne-leesbalk .lb-btn,.ne-leesbalk .lb-arrow{display:grid;place-items:center;width:36px;height:36px;border-radius:10px;background:rgba(255,255,255,.1);color:#9cfffa;flex:0 0 auto;text-decoration:none;border:0;cursor:pointer}" +".ne-leesbalk .lb-btn svg,.ne-leesbalk .lb-arrow svg{width:20px;height:20px}" +".ne-leesbalk .lb-mid{flex:1;min-width:0}" +".ne-leesbalk .lb-pos{font-size:12.5px;color:#fff;white-space:nowrap;overflow:hidden;text-overflow:ellipsis}" +".ne-leesbalk .lb-prog{height:3px;border-radius:2px;background:rgba(255,255,255,.15);margin-top:5px;overflow:hidden}" +".ne-leesbalk .lb-prog i{display:block;height:100%;width:0;background:#47e23c;border-radius:2px;transition:width .25s}" +".ne-leesbalk .lb-nav{display:flex;gap:6px;flex:0 0 auto}" +".lb-overlay{position:fixed;inset:0;z-index:1250;background:rgba(15,59,66,.4);opacity:0;visibility:hidden;transition:opacity .28s ease}" +".lb-overlay.is-open{opacity:1;visibility:visible}" +".ne-leessheet{position:fixed;left:0;right:0;bottom:0;z-index:1300;background:#fff;border-radius:18px 18px 0 0;transform:translateY(110%);transition:transform .28s ease;box-shadow:0 -8px 24px rgba(15,59,66,.18);max-height:70vh;overflow:auto;padding-bottom:calc(8px + env(safe-area-inset-bottom))}" +".ne-leessheet.is-open{transform:translateY(0)}" +".lb-grip{display:block;width:38px;height:4px;border-radius:3px;background:#d4dedc;margin:9px auto 2px}" +".lb-sheethead{display:flex;align-items:center;justify-content:space-between;padding:8px 16px 6px;font-family:'Marmelad',serif;font-size:17px;color:#1a535c}" +".lb-close{font-size:24px;color:#8aa4a7;cursor:pointer;line-height:1;border:0;background:0;padding:0 4px}" +".lb-ch{display:flex;align-items:center;gap:12px;padding:12px 16px;border-top:1px solid #f0f4f3;text-decoration:none}" +".lb-ch .n{font-family:'Marmelad',serif;font-size:15px;color:#9bb3b6;flex:0 0 26px;text-align:center}" +".lb-ch .t{font-size:14px;color:#243b3e}" +".lb-ch.is-current{background:#e7f7f2;border-top-color:#cdeee5}" +".lb-ch.is-current .n{color:#159b86}" +".lb-ch.is-current .t{color:#0f3b42;font-weight:700}" +"}" +"@media(min-width:901px){.ne-leesbalk,.ne-leessheet,.lb-overlay{display:none}}"; var st = document.createElement("style"); st.id = "ne-leesbalk-css"; st.textContent = css; document.head.appendChild(st);// --- iconen --- var icoLijst = ''; var icoOmhoog = ''; var icoOmlaag = '';// --- balk --- var bar = document.createElement("div"); bar.className = "ne-leesbalk"; bar.setAttribute("aria-label","Leesbalk"); bar.innerHTML = '' +'
Hoofdstuk 1 / '+total+'
' +'
' +''+icoOmhoog+'' +''+icoOmlaag+'' +'
';// --- sheet --- var sheet = document.createElement("nav"); sheet.className = "ne-leessheet"; sheet.setAttribute("aria-label","Inhoudsopgave"); var rows = '' +'
Inhoudsopgave
'; hoofdstukken.forEach(function(h,i){ var nr = (i+1<10?"0":"")+(i+1); rows += ''+nr+''+h.titel+''; }); sheet.innerHTML = rows;var overlay = document.createElement("div"); overlay.className = "lb-overlay";b.appendChild(bar); b.appendChild(overlay); b.appendChild(sheet);var pos = bar.querySelector(".lb-pos"); var prog = bar.querySelector(".lb-prog i"); var arrows = bar.querySelectorAll(".lb-arrow"); var chs = [].slice.call(sheet.querySelectorAll(".lb-ch"));function setCurrent(i){ current = Math.max(0, Math.min(total-1, i)); if(pos) pos.textContent = "Hoofdstuk "+(current+1)+" / "+total; if(prog) prog.style.width = Math.round((current+1)/total*100)+"%"; chs.forEach(function(c,k){ c.classList.toggle("is-current", k===current); }); if(arrows[0]) arrows[0].setAttribute("href","#"+hoofdstukken[Math.max(0,current-1)].id); if(arrows[1]) arrows[1].setAttribute("href","#"+hoofdstukken[Math.min(total-1,current+1)].id); } setCurrent(0);// live positie if("IntersectionObserver" in window){ var io = new IntersectionObserver(function(entries){ entries.forEach(function(e){ if(e.isIntersecting){ var idx = hoofdstukken.findIndex(function(h){ return h.el === e.target; }); if(idx > -1) setCurrent(idx); } }); }, { rootMargin:"-45% 0px -45% 0px", threshold:0 }); hoofdstukken.forEach(function(h){ io.observe(h.el); }); }// open / sluit function open(){ overlay.classList.add("is-open"); sheet.classList.add("is-open"); } function close(){ overlay.classList.remove("is-open"); sheet.classList.remove("is-open"); } bar.querySelector(".lb-btn").addEventListener("click", open); overlay.addEventListener("click", close); sheet.querySelector(".lb-close").addEventListener("click", close); chs.forEach(function(c){ c.addEventListener("click", close); }); }if(document.readyState === "loading"){ document.addEventListener("DOMContentLoaded", init); } else { init(); } })();