Methode: TTW versus WTW
De Momentopname & Reflectie 2025 gebruikt twee systeemgrenzen naast elkaar. Uitstootregistratie volgt TTW: directe emissies binnen de provinciegrenzen. Het reductiepotentieel van oplossingen volgt WTW: de volledige ketenemissies van bron tot gebruik.
Download methodologische bijlage Download vergelijking WTW en TTW
Leeswijzer data en momentopname
Twee data-momenten
De analyse is gebaseerd op emissiedata tot en met 2022 en 2023. Registratiedata loopt enkele jaren achter op het publicatiemoment, waardoor een uitgave altijd de meest recente, volledig beschikbare datajaren gebruikt. Deze momentopname reflecteert op de Klimaatkansenkaart Gelderland 2023-2024, die is gebaseerd op data tot en met 2021.
De 2025-publicatie vervangt de eerdere Klimaatkansenkaart niet. De Klimaatkansenkaart Gelderland 2023-2024 blijft de plan- en potentielaag. De Momentopname & Reflectie 2025 voegt een voortgangslaag toe: realisatie, tractie, resterende kloof en aandachtspunten richting 2030.
Emissie-accounting Tank-to-Wheel en Well-to-Wheel
Bij transport, energie en energiedragers bepaalt de systeemgrens welk deel van de uitstoot wordt meegeteld. TTW registreert directe emissies bij gebruik. WTW telt ook de upstream-emissies mee, zoals winning, productie, raffinage, transport, distributie en elektriciteitsopwekking.
De upstream-uitstoot vóór het gebruik: winning, productie, raffinage, transport en distributie van de brandstof tot aan de tank of het laadpunt. Voor elektriciteit betreft dit de uitstoot van de elektriciteitsopwekking.
De directe uitstoot bij het gebruik van brandstof of energie in het voertuig, gebouw, installatie of proces. Voor emissieregistratie gaat het om de directe emissies binnen de provinciegrenzen.
De totale broeikasgasuitstoot over de keten, van bron tot gebruik. WTW is de som van WTT en TTW en maakt het effect van oplossingen onderling beter vergelijkbaar.
Waarom twee systeemgrenzen nodig zijn
De uitstootontwikkeling van Gelderland wordt geregistreerd op basis van TTW, omdat deze methode aansluit op directe emissies binnen provinciegrenzen en op de systematiek van emissieregistratie.nl. Het oplossingspotentieel wordt berekend op basis van WTW, omdat klimaatmaatregelen vaak effect hebben op de hele energieketen.
Deze scheiding voorkomt methodische verwarring. TTW laat zien wat binnen Gelderland direct wordt uitgestoten. WTW laat zien hoeveel uitstoot een maatregel werkelijk kan vermijden wanneer ook de keten vóór gebruik wordt meegenomen.
Koppeling met het GHG-protocol. Directe verbranding valt onder scope 1, ingekochte elektriciteit onder scope 2 en upstream-emissies in de keten onder scope 3. Zie ook Wat is het GHG-protocol?.
Het verschil in Gelderland
WTW ligt doorgaans circa 5 tot 10% hoger dan TTW, omdat upstream-emissies worden meegeteld. Voor Gelderland bedraagt het verschil circa 9% in de raming en circa 5% in het ambitieuze scenario. De werkelijke ketenimpact ligt dus hoger dan het directe TTW-cijfer laat zien.
| Onderdeel | Gebruikte methode | Functie in de analyse |
|---|---|---|
| Historische uitstoot | TTW | Registratie van directe emissies binnen provinciegrenzen, op basis van emissieregistratie.nl. |
| Reductiepotentieel oplossingen | WTW | Vergelijkbare berekening van keteneffecten per maatregel, van bron tot gebruik. |
| Voortgang richting 2030 | TTW plus WTW-toelichting | Realisatie wordt getoetst aan geregistreerde emissies; oplossingseffecten worden inhoudelijk verklaard via ketenimpact. |
| Vastlegging | Aparte rapportage | CO2-vastlegging wordt naast reductie gerapporteerd, zodat voorkomen en opslaan niet worden vermengd. |
Dubbeltelling voorkomen
De methode telt potentieel en gerealiseerde uitstootreductie niet dubbel. Alleen gerealiseerde maatregelen tellen als oplossing. Potentiëlen blijven scenario-inschattingen voor 2030 en worden niet opgeteld bij geregistreerde emissiereductie alsof zij al zijn gerealiseerd.
Daarmee blijft het onderscheid zichtbaar tussen drie lagen: gerealiseerde emissieontwikkeling, resterende uitvoeringsopgave en aanvullend reductie- of vastleggingspotentieel.
Drawdown en Pareto
De Klimaatkansenkaart gebruikt de Drawdown-logica om bewezen klimaatoplossingen te ordenen op reductie- en vastleggingspotentieel. Per oplossing wordt zichtbaar welke bijdrage mogelijk is richting 2030.
Een Pareto-benadering helpt vervolgens om de grootste emissiebronnen en grootste oplossingskansen te prioriteren. In Gelderland komt daardoor de nadruk te liggen op maatregelen met een groot effect, zoals zon op dak, emissieloze voertuigen, wind op land, zon op land en energie-efficiëntie in de industrie.
Bijlagen en downloads
Per SMART-oplossing herleidbaar
De aannames, bronverwijzingen en berekeningen per SMART-oplossing staan in de methodologische bijlage. De aanvullende spreadsheet vergelijkt WTW en TTW en maakt de gehanteerde systeemgrens controleerbaar.

Methodologische bijlage
Onderbouwing van potentie per oplossing, inclusief aannames en bronverwijzingen.
Vergelijking WTW en TTW
Spreadsheet met de vergelijking tussen Well-to-Wheel en Tank-to-Wheel voor de gehanteerde berekeningen.
Verder lezen binnen de projectfamilie
Plan- en potentielaag met 30 SMART-oplossingen, scenario’s en reductiepotentieel tot 2030.
Historische basis en eerste sectorale verkenning van klimaatoplossingen voor Gelderland.
Verdiepende vastleggingslaag voor natuurlijke en technologische koolstofvastlegging.
Uitleg van scope 1, 2 en 3 als kader voor directe en ketenemissies.
FAQ TTW en WTW
Wat is het verschil tussen TTW en WTW?
TTW registreert directe emissies bij gebruik, bijvoorbeeld uitlaatuitstoot of directe verbranding. WTW telt ook de upstream-emissies mee, zoals winning, productie, transport, distributie en elektriciteitsopwekking.
Waarom wordt uitstoot anders gerekend dan oplossingen?
Uitstootregistratie vraagt om een vaste territoriale grens: directe emissies binnen Gelderland. Oplossingen hebben vaak effect in de keten. Daarom wordt het reductiepotentieel met WTW berekend, zodat het werkelijke klimaateffect zichtbaar wordt.
Hoeveel hoger is WTW dan TTW in Gelderland?
WTW ligt in Gelderland circa 9% hoger in de raming en circa 5% hoger in het ambitieuze scenario. Algemeen ligt WTW doorgaans circa 5 tot 10% hoger dan TTW.
Hoe wordt dubbeltelling voorkomen?
Gerealiseerde emissiereductie en toekomstig potentieel worden gescheiden. Alleen gerealiseerde maatregelen tellen als oplossing. Scenario-inschattingen worden niet behandeld alsof zij al zijn uitgevoerd.