Kennisbank · CO₂ en koolstof

Scope 3 in kaart brengen

Scope 3-emissies zijn alle indirecte broeikasgasemissies in de waardeketen van een organisatie, buiten de directe eigen uitstoot (scope 1) en de ingekochte energie (scope 2). Ze beslaan de volledige levenscyclus van producten, van grondstofwinning en inkoop tot gebruik en afvalverwerking, en vormen vaak 70 tot 90 procent van de totale CO₂-voetafdruk. Daar ligt het grootste deel van de opgave, en de grootste reductiewinst.

De aanpak   Bekijk het bewijs   Voor overheden

15
scope 3-categorieën in het GHG-protocol
70–90%
aandeel in de totale CO₂-voetafdruk
≈75%
gemiddeld over alle sectoren (CDP)
96%
in scope 3 bij Dura Vermeer (2023)

Wat scope 3 precies omvat

Scope 3 is de derde categorie binnen het GHG-protocol, de wereldwijde standaard voor het meten en rapporteren van broeikasgasuitstoot. De categorie staat naast de directe uitstoot van de eigen activiteiten (scope 1) en de uitstoot van ingekochte energie (scope 2). Het verschil zit in de plaats van de uitstoot: scope 1 en 2 vallen binnen de eigen poort, scope 3 in de keten ervoor en erna.

ScopeWat het omvat
Scope 1Directe uitstoot uit eigen bronnen, zoals brandstof in voertuigen en verwarmingsketels.
Scope 2Indirecte uitstoot van ingekochte energie, zoals elektriciteit en warmte.
Scope 3Alle overige indirecte uitstoot in de keten, zowel upstream (inkoop, transport) als downstream (gebruik, einde leven).

Scope 3 valt uiteen in upstream en downstream. Upstream gaat over alles vóór de eigen activiteit, downstream over alles erna. Voorbeelden van bronnen zijn grondstofwinning, transport door derden, het woon-werkverkeer van werknemers en de energie die klanten verbruiken met een verkocht product.

Upstream · vóór de eigen activiteit

  • Ingekochte goederen en diensten, vaak de grootste post
  • Transport en distributie door derden
  • Woon-werkverkeer en zakenreizen
  • Winning en verwerking van grondstoffen

Downstream · na de eigen activiteit

  • Gebruik van verkochte producten
  • Energie die klanten verbruiken
  • Verwerking en afval aan het einde van de levensduur
  • Transport naar de eindgebruiker

Het GHG-protocol onderscheidt vijftien scope 3-categorieën, van ingekochte goederen en diensten tot het gebruik van verkochte producten. Voor gemeenten en gebieden bestaat een gebiedsvariant, het GPC-protocol, dat dezelfde logica toepast op een grondgebied. Een volledige toelichting per categorie staat in de definitie: Wat is scope 3?

Scope is relatief aan de systeemgrens. Wat voor de ene organisatie scope 3 is, valt voor een ander onder scope 1 of 2. De uitstoot verdwijnt niet, alleen de toerekening verschuift, en juist daarom is een heldere afbakening de eerste stap van elke berekening.

Hoe New Economy scope 3 in kaart brengt

Scope 3 ligt buiten de directe controle van een organisatie en hangt af van data van leveranciers en klanten. Daardoor is het de moeilijkste scope om te meten, maar ook de belangrijkste: zonder scope 3 blijft het grootste deel van de footprint onzichtbaar. Tien jaar aan analyses en berekeningen wijzen op dezelfde route: een gefaseerde aanpak die de berekening hanteerbaar en stuurbaar maakt.

1Begin bij de grootste posten. Een eerste inschatting laat zien welke categorieën domineren, vaak ingekochte goederen en het gebruik van verkochte producten.
2Start met kengetallen. Gemiddelde emissiefactoren, spend-based waar nodig, geven een eerste beeld van de keten.
3Verfijn met levenscyclusanalyses. Een LCA brengt de impact per levensfase van de belangrijkste producten activity-based in beeld.
4Vraag primaire ketendata op. Bij de grootste ketenpartners wordt toegewerkt naar leveranciersdata in plaats van gemiddelden.
Bewijs

Scope 3 al berekend in de praktijk

New Economy berekende scope 3 in CO₂-footprints, nulmetingen en levenscyclusanalyses voor bedrijven in bouw, zorg, isolatie en biobased materialen. Harde cijfers, vrij te gebruiken onder CC BY 4.0, met bronvermelding.

Scope 3 voor overheden: gebied en keten in beeld

Voor een gemeente of provincie is scope 3 breder dan de footprint van de eigen organisatie. De grootste uitstoot zit in het areaal en in de ketens die door het grondgebied lopen: de bouw, de voeding, de mobiliteit en de inkoop van een hele regio. Een klimaat- of circulariteitsbeleid dat scope 3 negeert, mist het grootste deel van het beeld. De eerste vraag is daarom altijd een afbakeningsvraag.

De scopevraag

Eigen organisatie, het hele areaal, of alles ertussenin? Welke uitstoot telt mee bij welke doelstelling, en welke bewust niet?

Sturen zonder volledige data

Hoe meet een gemeente de impact en effectiviteit van beleid en projecten als sluitende ketendata ontbreekt? Kentallen aan concrete acties hangen maakt sturing toch mogelijk.

Van spend-based naar activity-based

Welke KPI’s werken upstream en downstream, welke openbare data is bruikbaar, en wanneer volstaat een spend-based schatting tegenover een activity-based berekening?

Een deel van de opgave ligt bij het Rijk: betere datakwaliteit en beschikbaarheid voor scope 3 en circulariteit, en een brug tussen de nationale scope 3-berekening van Nederland en de lokale dimensie. Afstemming tussen gemeenten over gedeelde KPI’s voorkomt dat elk bestuur het wiel opnieuw uitvindt.

New Economy doorloopt deze vragen samen met gemeenten en provincies in een open gesprek, en past de afbakening toe in gekwantificeerde klimaatplannen. In de Climate Action Recap Gelderland markeert scope 3 de oplossingen waarvan de winst buiten het grondgebied valt.

0,675–1,126 Mton
CO₂-eq reductiepotentieel van een plantenrijk dieet in Gelderland in 2030, een scope 3-oplossing die buiten de territoriale sectortotalen valt.
In de sectoranalyse landbouw en landgebruik staat het zo: „Plantenrijk dieet is een scope 3-oplossing: emissiereductie vindt niet alleen binnen Gelderland plaats en telt daarom niet mee in de eindtotalen.” Lees de sectoranalyse landbouw en landgebruik.

De aanpak voor regio’s   Een open gesprek aanvragen

Projecten waarin scope 3 is doorgerekend

Van bedrijfsfootprint tot regionale klimaatboekhouding: de projecten waarin ketenemissies concreet zijn berekend.

Van scope 3 naar product

Scope 3 wordt concreet in drie diensten van New Economy, elk gericht op een ander gebruik: de volledige footprint, de impact per product en de onderbouwing voor compliance.

Scope 3 en compliance

Onder de CSRD en de ESRS-standaarden is rapportage over materiële scope 3-emissies verplicht. Een dubbele-materialiteitsanalyse helpt bepalen welke ketenposten ertoe doen, en een Science Based Target koppelt het reductiedoel aan een wetenschappelijk koolstofbudget.

Veelgestelde vragen over scope 3

Wat is scope 3?

Scope 3 omvat alle indirecte broeikasgasemissies in de waardeketen van een organisatie, van grondstofwinning en inkoop tot het gebruik en de afvalverwerking van verkochte producten. Het is de derde categorie binnen het GHG-protocol, naast scope 1 en scope 2.

Wat is het verschil tussen upstream en downstream scope 3?

Upstream scope 3 gaat over alles vóór de eigen activiteit: ingekochte goederen en diensten, transport, woon-werkverkeer en zakenreizen. Downstream gaat over alles erna: het gebruik, de verwerking en de afvalverwerking van verkochte producten. Het GHG-protocol verdeelt scope 3 over vijftien categorieën.

Waar begint het in kaart brengen van scope 3?

Bij een heldere afbakening van de systeemgrens en bij de grootste posten. Wat voor de ene organisatie scope 3 is, valt voor een ander onder scope 1 of 2, dus afbakening komt eerst. Daarna volgt een eerste inschatting van de dominante categorieën en verfijning met levenscyclusanalyses en primaire data.

Hoe groot is scope 3 in de praktijk?

Vaak 70 tot 90 procent van de totale CO₂-voetafdruk, gemiddeld ongeveer driekwart over alle sectoren. Bij bouwconcern Dura Vermeer bleek 96 procent van de uitstoot in scope 3 te zitten, op een totaal van 563.300 ton CO₂.

Geldt scope 3 ook voor een gemeente of provincie?

Ja. Voor een overheid zit de grootste uitstoot zelden in de eigen organisatie, maar in het areaal en de ketens die door het grondgebied lopen, zoals bouw, voeding en mobiliteit. Een gebiedsvariant van het GHG-protocol, het GPC-protocol, past dezelfde logica toe op een regio.

Wat is het verschil tussen spend-based en activity-based meten?

Een spend-based methode leidt de uitstoot af van uitgaven via gemiddelde emissiefactoren en geeft snel een eerste beeld. Een activity-based methode rekent met fysieke hoeveelheden, zoals kilometers of kilo’s materiaal, en is nauwkeuriger. In de praktijk werkt een combinatie het best: spend-based voor de breedte, activity-based voor de grootste posten.

Is scope 3 verplicht voor de CSRD?

Onder de CSRD en de ESRS-standaarden is rapportage over materiële scope 3-emissies verplicht. Voor vrijwel elke organisatie is die uitstoot materieel. Een dubbele-materialiteitsanalyse helpt bepalen welke ketenposten ertoe doen.

Wat betekent scope 3 in een regionaal klimaatplan?

In een regionaal klimaatplan markeert scope 3 de oplossingen waarvan de uitstootwinst in de keten ligt, buiten de territoriale grens. In de Climate Action Recap Gelderland geldt dat voor het plantenrijk dieet, met een reductiepotentieel van 0,675 tot 1,126 Mton CO₂-eq in 2030, dat daarom niet meetelt in de sectortotalen.

Scope 3 in kaart brengen?

Van nulmeting naar een onderbouwd reductiedoel, voor een organisatie, product, keten of regio.

Neem contact op
Scroll naar boven