Landbouw & landgebruik in Gelderland
Landbouw en landgebruik veroorzaakt 57% van de niet-energetische uitstoot in Gelderland, met methaan uit de fermentatie van melkvee als grootste bron. Negen Drawdown-oplossingen leveren samen tot 2,549 Mton CO₂-eq reductie en tot 0,394 Mton vastlegging in 2030. Onderdeel van de Climate Action Recap Gelderland.
← Onderdeel van het klimaatactieplan Gelderland
Over deze sectoranalyse
- Sector
- Landbouw & landgebruik, Provincie Gelderland.
- Grootste bron
- Methaan uit het fermentatieproces van melkvee. De tweede grote emissie is stikstof, voornamelijk uit dierlijke mest, gevolgd door kunstmestgebruik op land.
- Methode
- De Drawdown-methodiek (Project Drawdown), toegepast op de niet-energetische broeikasgasemissies van Gelderland.
- Grootste hefboom
- Een omslag naar conserverende en regeneratieve landbouw, gekoppeld aan een kleinere veestapel en een plantenrijker dieet.
Bron en doelen
De sector landbouw en landgebruik is verantwoordelijk voor 57% van de uitstoot van niet-energetische koolstofdioxide en overige broeikasgassen in Gelderland. Methaan vormt de grootste emissie en ontstaat voor het grootste deel in het fermentatieproces van melkvee. De tweede grote emissie is stikstof, voornamelijk afkomstig uit dierlijke mest, gevolgd door kunstmestgebruik op land.
In het Gelderse Klimaatplan is voor deze sector een ambitie van 1,9 Mton reductie in 2030 geformuleerd. Een omslag naar een gezonde bodem, natuurinclusief boeren, de mest- en eiwittransitie en minder voedselverspilling moet die doelen halen. De Climate Action Recap onderstreept deze doelstellingen en laat een potentiële reductie tot 2,549 Mton CO₂-eq in 2030 zien door Drawdown-oplossingen te implementeren. Voor vastlegging is er een potentieel tot 0,394 Mton in 2030. Vastlegging telt in het Gelderse Klimaatplan niet mee in de doelstelling van 55% reductie, maar is daar vastgesteld op 0,15–0,19 Mton CO₂-eq.
| Kader | Reductie 2030 | Vastlegging 2030 |
|---|---|---|
| Gelders Klimaatplan | 1,3–2,2 Mton | 0,15–0,19 Mton |
| Drawdown-klimaatoplossingen | 0,298–2,549 Mton | 0,114–0,394 Mton |
Negen oplossingen vergeleken
De manier waarop voedsel wordt verbouwd, wat er gegeten wordt en wat er met reststromen en afval gebeurt, bepaalt een groot deel van de ecologische voetafdruk. De volgende Drawdown-oplossingen zijn kansrijk voor zowel reductie van de geïdentificeerde uitstoot als vastlegging van CO₂-eq. De waarden zijn het potentieel in 2030, in Mton CO₂-eq.
| Drawdown-oplossing | Reductie 2030 | Vastlegging 2030 |
|---|---|---|
| Biochar | 0,002–0,004 | 0 |
| Conserverende & regeneratieve landbouw | 0,004–1,346 | 0,010–0,072 |
| Nutriëntenbeheer | 0,025–0,173 | 0 |
| Plantenrijk dieet | 0,675–1,126 | 0 |
| Voedselverspilling tegengaan | 0,020–0,137 | 0 |
| Bosbeweiding | 0,246–0,985 | 0,053–0,211 |
| Teelt tussen bomen, meerjarige gewassen, teelt in weiland | 0,001–0,004 | 0,005–0,018 |
| Bosaanplant op gedegradeerd land | n.v.t. | 0,033–0,066 |
| Herstel van gematigde bossen | n.v.t. | 0,013–0,027 |
| Totalen | 0,298–2,549 | 0,114–0,394 |
Potentiële reductie en vastlegging binnen de sector landbouw en landgebruik op basis van Drawdown-oplossingen, in Mton CO₂-eq in 2030. Plantenrijk dieet is een scope 3-oplossing: emissiereductie vindt niet alleen binnen Gelderland plaats en telt daarom niet mee in de eindtotalen.
Per oplossing
Hieronder elke oplossing met een korte toelichting, het potentieel in 2030 en de regionale toepassing in Gelderland. De volledige scenario’s, aannames en bronnen staan in de PDF.
Biochar
Biochar is een koolstofrijke, zeer stabiele bodemverbeteraar die wordt geproduceerd als bijproduct van pyrolyse. Houtresten, mest en agrarisch restafval zijn bruikbaar als grondstof. In de bodem stabiliseert biochar de fotosynthetische koolstof en vermindert het andere broeikasgasemissies. Op onvruchtbare zandgronden beperkt het de uitspoeling van nutriënten. De gewasopbrengst ligt op behandelde grond ongeveer 18% hoger, op basis van IPCC-cijfers.
Biochar in Gelderland. Gelderse zandgronden op de Veluwe, in de IJsseldelta en de Achterhoek hebben in grote mate te maken met verzuring, wat zorgt voor sterfte van bomen en verlies van biodiversiteit. Juist op deze verzuurde gronden is de toepassing van biochar zeer kansrijk.
Conserverende en regeneratieve landbouw
Conserverende landbouw rust op minimale bodemverstoring, permanente bodembedekking en gediversifieerde gewasrotaties. Regeneratieve landbouw voegt daar onder meer compost en biologische productie aan toe en vervangt zowel conventionele als conserverende landbouw. Beide zijn eenmalige aanpassingen die daarna zorgen voor grote reductie en vastlegging. In de berekening is ook het verminderen van de veestapel meegenomen: dat biedt het grootste reductiepotentieel in combinatie met de regeneratieve principes.
Regeneratieve landbouw in Gelderland. Gelderland heeft na Flevoland en Friesland het grootste areaal biologische landbouwgrond van Nederland. De overgang kan worden toegepast op circa 225.000 ha. Initiatieven als Herenboeren en Commonland zijn er al mee bezig. De grootste impact ontstaat als de regeneratieve principes worden gekoppeld aan een halvering van de veestapel.
Nutriëntenbeheer
Kunstmest wordt in de conventionele landbouw routinematig te veel toegepast, wat leidt tot uitstoot van stikstof, een broeikasgas met een opwarmingseffect dat 298 keer krachtiger is dan dat van koolstofdioxide. Nutriëntenbeheer past de juiste bron, dosering, tijd en plaatsing toe, zodat gewassen een hoger percentage van de mest opnemen. Er zijn geen nieuwe technologieën voor nodig, wat de toepassing uitzonderlijk simpel maakt.
Nutriëntenbeheer in Gelderland. Er is veel kunstmest in gebruik en veel dierlijke mest beschikbaar uit de veehouderij. In totaal is 225.000 ha grond beschikbaar waarop nutriëntenbeheer kan worden toegepast, met als resultaat een betere bodemkwaliteit en minder waterverontreiniging en biodiversiteitsverlies. Een kleinere veestapel zorgt voor een directe vermindering van mest.
Plantenrijk dieet
Project Drawdown definieert een plantenrijk dieet als het voldoen aan de dagelijkse eiwitbehoefte met gezond plantenrijk voedsel, lokaal geproduceerd, op basis van 2250 calorieën per dag. Wereldwijde voedingsvoorkeuren rond vlees, vis en zuivel blijven een belangrijke motor voor emissies uit landbouw, ontbossing en landgebruik. Zelfs kleine gedragsveranderingen leveren een significant effect. Korte voedselketens herstellen daarnaast de relatie tussen burgers en boeren: 1 op de 10 Gelderse boeren verkoopt al via de korte keten.
Plantenrijk dieet in Gelderland. Oost-Nederland zet sterk in op de eiwittransitie. Een plantenrijk dieet vermindert de vraag naar landbouwgrond door een kleinere veestapel, waardoor ruimte vrijkomt voor nieuwe natuur of hernieuwbare energieopwek. Dit is een scope 3-oplossing en telt daarom niet mee in de eindtotalen.
Voedselverspilling tegengaan
Wereldwijd wordt 30 tot 40 procent van al het geproduceerde voedsel verspild in de toeleveringsketen. Hoe verder voedsel in de keten komt voordat het wordt weggegooid, hoe meer middelen en emissies verloren gaan. Betere opslag- en transportsystemen, bewustwording en gedragsverandering kunnen die verspilling fors terugdringen.
Voedselverspilling tegengaan in Gelderland. Jaarlijks wordt in Gelderland 82.000 ton voedsel verspild in huishoudens, goed voor 131 kilogram CO₂-eq per persoon per jaar. Reductie kan door de hele keten: bij boeren, tijdens transport, in de supermarkt, retail, horeca en bij mensen thuis. Minder verspilling verlaagt de vraag naar landbouwgrond.
Bosbeweiding
Bosbeweiding voegt bomen toe aan weilanden voor hogere productiviteit en koolstofvastlegging. Weilanden die kriskras met bomen zijn beplant, slaan vijf tot tien keer meer koolstof op dan boomloze weilanden. De bomen verbeteren de vruchtbaarheid en waterhuishouding van de bodem, beschermen het vee tegen zon en wind, en er zijn aanwijzingen dat herkauwers het dieet in bosweide beter verteren en daardoor minder methaan uitstoten.
Bosbeweiding in Gelderland. Het mengen van agrarische activiteiten, bijvoorbeeld fruitteelt met melkvee, is kansrijk in Gelderland omdat er veel van dit type activiteiten plaatsvindt. In totaal is 195.000 ha niet-gedegradeerd grasland met minimale of matige helling beschikbaar waarop bosbeweiding kan worden toegepast.
Teelt tussen bomen, meerjarige gewassen en teelt in het weiland
Deze drie oplossingen worden gezamenlijk toegepast. Bij teelt tussen bomen worden gewassen gemengd in plaats van in monocultuur geteeld, wat de bodem gezonder en productiever maakt. Meerjarige gewassen leggen bijzonder effectief koolstof vast doordat er niet wordt geploegd en de wortels blijven leven. Teelt in het weiland zorgt voor dubbel bodemgebruik: graan en vee op hetzelfde land, dat nooit wordt gekeerd.
Toepassing in Gelderland. Er is zo’n 30.000 ha gedegradeerd en niet-gedegradeerd akkerland beschikbaar waarop deze oplossing en innovaties kunnen worden toegepast. Het diversifiëren van landbouwactiviteiten maakt de bodem gezonder en vergroot de biodiversiteit, wat het Gelderse ecosysteem versterkt.
Bosaanplant op gedegradeerd land
Bosaanplant is het planten van bomen op gedegradeerd land voor houtproductie of ander gebruik. De vastgelegde hoeveelheid koolstof hangt af van soort, locatie, bodem en structuur. Het potentieel is conservatiever ingeschat dan dat van andere boomoplossingen, omdat oplossingen met hogere vastleggingspercentages, zoals teelt tussen bomen, bosbeweiding en regeneratieve landbouw, prioriteit krijgen. Toch is bosaanplant van cruciaal belang voor klimaatmitigatie, bouwmateriaal en herstel van aangetaste gronden.
Bosaanplant in Gelderland. De provincie heeft ambities om 1.700 ha bos en 1 miljoen bomen aan te planten, onder meer in stedelijk gebied. Het totale kansrijke gebied beslaat 26.564 ha niet-cultuurgrond met landbouwbestemming en een deel van de 115.427 ha bestaande natuurgrond, waar bomen bijgeplant kunnen worden.
Herstel van gematigde bossen
Herstel van gematigde bossen betreft het herstel en de bescherming van bossen op gedegradeerde gronden. Gematigde bossen bevatten ongeveer 10% van alle terrestrische koolstof en 20% van de wereldwijde plantaardige biomassa, en jonge bossen leggen snel koolstof vast in bodem en biomassa. Sinds 2013 zorgt ontbossing in Nederland voor een jaarlijkse netto-uitstoot van 1,5 miljoen ton CO₂. Bosherstel als natuurlijke regeneratie is relatief goedkoop en levert biodiversiteit, bescherming van stroomgebieden en weerbaarheid tegen ziekten en plagen op.
Herstel van gematigde bossen in Gelderland. Een deel van de Gelderse bossen staat onder druk door schadelijke stikstofdeposities. Zo’n 10% van het bos is gedegradeerd, circa 9.800 ha gematigd bos dat hersteld kan worden. Om het vastleggingspotentieel te realiseren is het van belang dat het herstelde bos wettelijk beschermd wordt en niet wordt herbestemd voor bijvoorbeeld houtkap.
Methode en bronnen
De analyse volgt de Drawdown-methodiek van Project Drawdown, toegepast op de niet-energetische broeikasgasemissies van Gelderland. Reductie- en vastleggingspotentieel zijn per oplossing doorgerekend in conservatieve en progressieve scenario’s, op basis van openbare datasets, sectorkengetallen en het Gelderse Klimaatplan 2021–2030. Voor koolstofvastlegging in landbouwbodems is gebruikgemaakt van onderzoek van de WUR (Lesschen, Hendriks, Porre, 2021).
Indicatief, om te ordenen. Alle aannames, systeemgrenzen, scenario’s en bronverwijzingen staan volledig in de PDF. De cijfers ordenen kansen en zijn geen projectspecifieke garanties.
Inzichten uit de analyse
De citeerbare inzichten uit de Climate Action Recap Gelderland: harde cijfers, observaties en aanbevelingen. Vrij te gebruiken onder CC BY 4.0, met bronvermelding.
Wat onze projecten opleveren
Cijfers, conclusies en aanbevelingen uit eerder werk.
Methaan uit het fermentatieproces van melkvee is de grootste niet-energetische emissiebron in de Gelderse landbouw.
Eén kilogram methaan staat klimaatkundig gelijk aan 28 kg CO₂-eq.
Landbouw en industrie bepalen samen 98% van de niet-energetische broeikasgasuitstoot van Gelderland; daar ligt het […]
Mobiliteit & transport veroorzaakt 1% van de niet-energetische broeikasgasemissies in Gelderland.
Gebouwde omgeving veroorzaakt 1% van de niet-energetische broeikasgasemissies in Gelderland.
Industrie & bedrijven veroorzaakt 41% van de niet-energetische broeikasgasemissies in Gelderland.
Landbouw & landgebruik veroorzaakt 57% van de niet-energetische broeikasgasemissies in Gelderland.
Airco’s van vrachtwagens vormen een niet-energetische bron en zijn als koelmiddelen doorgerekend onder industrie & […]
Veelgestelde vragen
Landbouw en landgebruik veroorzaakt 57% van de niet-energetische koolstofdioxide en overige broeikasgassen in Gelderland. Methaan uit het fermentatieproces van melkvee is de grootste bron, gevolgd door stikstof uit dierlijke mest en kunstmest.
Conserverende en regeneratieve landbouw, gekoppeld aan een kleinere veestapel, biedt het grootste reductiepotentieel: tot 1,346 Mton CO₂-eq in 2030. Het plantenrijk dieet volgt met 0,675 tot 1,126 Mton, al telt dat als scope 3-oplossing niet mee in de eindtotalen.
De negen Drawdown-oplossingen leveren samen een reductiepotentieel van 0,298 tot 2,549 Mton CO₂-eq en een vastleggingspotentieel van 0,114 tot 0,394 Mton CO₂-eq in 2030.
Vastlegging komt vooral van bosbeweiding (0,053 tot 0,211 Mton), bosaanplant op gedegradeerd land (0,033 tot 0,066 Mton), conserverende en regeneratieve landbouw (0,010 tot 0,072 Mton), herstel van gematigde bossen (0,013 tot 0,027 Mton) en teelt tussen bomen (0,005 tot 0,018 Mton).
Verder lezen
Een klimaatactieplan voor uw regio?
Van Pareto-analyse naar een concreet, gekwantificeerd actieplan voor een provincie, gemeente, keten of bedrijf.
Bekijk de aanpak
