Verkenning circulaire isolatiematerialen Amsterdam

Circulaire economie · Isolatie · Amsterdam

Circulaire isolatiematerialen Amsterdam

Een verkenning en onderbouwde beoordeling van circulaire isolatiematerialen voor de gemeente Amsterdam, uitgevoerd met Spaak Circular Solutions. Vijftien materialen voor dak, spouw en vloer, doorgelicht met een gereduceerde levenscyclusanalyse en de Milieu Kosten Indicator, om circulair isoleren in te passen in de instrumenten van de stad.

Opdrachtgever
Gemeente Amsterdam
Rol New Economy
levenscyclus- en milieukostenanalyse (LCA en MKI)
In samenwerking met
Spaak Circular Solutions
Jaar
2021
De kern

Vijftien materialen, goed onderbouwd

Uit ruim 35 isolatiematerialen op de Nederlandse markt zijn er 15 beoordeeld op beschikbaarheid, prijs, CO₂-uitstoot, milieuprestatie en hergebruik. Voor de modelwoning komen er per toepassing drie als beste uit het duurzaamheids- en financiële oogpunt: vlasplaat voor het dak, cellulose voor de spouw en LDPE-folie voor de vloer.

Download het rapport (PDF)
Voorblad verkenning circulaire isolatiematerialen Amsterdam
Weergave rapport
15
isolatiematerialen beoordeeld, uit ruim 35 op de markt
11
indicatoren in de Milieu Kosten Indicator
67 m²
tussenwoning als modelwoning, levensduur 75 jaar
3
beste materialen voor dak, spouw en vloer

Opdracht en consortium

De gemeente Amsterdam heeft als doel om circulair om te gaan met de bestaande stad. Met het programma Duurzaam Herstel investeert de stad om de bestaande stad versneld te verduurzamen, met instrumenten zoals de VvE-aanpak, afspraken met woningcorporaties en ondersteuning via kredieten en subsidies. De gemeente Amsterdam is de opdrachtgever van deze verkenning.

Spaak Circular Solutions is projectleider, voert een deel van het onderzoek uit en levert de eindrapportage en de sessies met de gemeente. New Economy is verantwoordelijk voor de milieuprestatiescores van de bouwmaterialen en werkt samen met Spaak aan de integratie in de instrumenten van de gemeente. De drie doelen: geschikte circulaire isolatiematerialen verkennen en beoordelen vanuit duurzaamheids- en financieel oogpunt, deze inpassen in subsidies, leningen en andere instrumenten, en de opgedane kennis delen met relevante partijen.

Vijftien materialen

Uit ruim 35 isolatiematerialen op de Nederlandse markt zijn er vijftien geselecteerd, op basis van relevantie binnen de huidige markt en kansrijkheid voor de toekomst. Ze zijn beoordeeld op beschikbaarheid, prijs, CO₂-equivalente uitstoot, milieuprestatie, hergebruiksmogelijkheden en toepasbaarheid bij de instrumenten van de gemeente.

  • Dak — aerogel, EPS (geëxpandeerd polystyreen), houtvezelplaat, mycelium, PIR, recycled katoen (metisse), stropanelen en vlasplaat.
  • Spouw — aminotherm, cellulose, glaswol en steenwol.
  • Vloer — LDPE-folie, perliet en PS-korrels.

LCA, MKI en MPG

De materialen zijn doorgelicht met een gereduceerde levenscyclusanalyse, een Milieu Kosten Indicator en een Milieu Prestatie Gebouw-berekening. De MKI, ofwel de schaduwprijs, vat elf indicatoren samen, van klimaatverandering en ozonafbraak tot toxiciteit, verzuring, eutrofiëring en uitputting van grondstoffen, over de hele levenscyclus, uitgedrukt in euro per vierkante meter. De MPG bouwt daarop voort en verdeelt de score over de levensduur en herbruikbaarheid van het materiaal, uitgedrukt in euro per vierkante meter per jaar. Hoe lager de MPG, hoe duurzamer het materiaal.

De berekeningen gebruiken een modelwoning: een tussenwoning van 67 vierkante meter in energieklasse D, met een levensduur van 75 jaar en ruimte voor 160 millimeter dakisolatie, 70 millimeter spouw en 300 millimeter kruipruimte. De data komt van NIBE, milieuproductverklaringen, producenten, leveranciers, aannemers, verwerkers, brancheverenigingen en de Hogeschool van Amsterdam, geverifieerd bij de HvA en C-Creators.

De MKI en MPG kennen beperkingen: ze houden geen rekening met CO₂-vastlegging, nemen gezondheids- en sociale aspecten in de keten niet mee, en de hergebruikcijfers komen niet altijd overeen met de praktijk. Deze vier onderwerpen zijn daarom als extra toevoeging meegenomen voor een vollediger beeld.

De scores

Per materiaal zijn de gemiddelde MKI, de gemiddelde MPG en de prijs bepaald. Een lagere MPG betekent een duurzamer materiaal.

Materiaal (toepassing)MKI gem. (€/m²)MPG gem. (€/m²/jaar)Prijs (€/m²)
Aerogel (dak)€1,312€0,017€260,00
EPS (dak)€7,324€0,095€100,00
Houtvezelplaat (dak)€0,948€0,013€12,00
PIR (dak)€1,553€0,021€13,00
Recycled katoen / metisse (dak)€1,175€0,016€52,50
Vlasplaat (dak)€0,919€0,012€14,00
Aminotherm (spouw)€1,064€0,014€13,50
Cellulose (spouw)€0,405€0,005€21,00
Glaswol (spouw)€0,843€0,011€7,00
Steenwol (spouw)€2,071€0,026€4,00
LDPE-folie (vloer)€0,512€0,007€0,50
Perliet (vloer)€22,966€0,306€4,00
PS-korrels (vloer)€17,829€0,238€12,50

Voor mycelium en stropanelen waren de gegevens voor de MKI en MPG nog niet bekend; voor perliet ontbraken enkele gegevens.

Beste keuze per toepassing

Voor de modelwoning komen per toepassing andere materialen als beste uit het duurzaamheids- en financiële oogpunt.

  • Dak: vlasplaat. Recycled katoen en vlasplaat hebben de minste CO₂-uitstoot per vierkante meter. Stropanelen zijn het goedkoopst, maar te dik voor de modelwoning, waardoor vlasplaat de opvolgende beste keuze is, met de beste MPG. EPS scoort het slechtst.
  • Spouw: cellulose. Cellulose heeft de minste CO₂-uitstoot en de beste MPG. De spouw in de modelwoning is eigenlijk te krap, maar op den duur is cellulose met een iets lagere isolatiewaarde toch voordeliger qua CO₂. Steenwol is goedkoopst, maar scoort het slechtst.
  • Vloer: LDPE-folie. LDPE-folie heeft de minste CO₂-uitstoot, is het goedkoopst en heeft de beste MPG. PS-korrels en perliet scoren het slechtst.

Casus cellulose en glaswol

Om in de spouw een isolatiewaarde van 2 te halen, is met cellulose 80 millimeter nodig, terwijl de modelwoning maar 70 millimeter ruimte heeft. Toch is de afweging niet eenduidig. De CO₂-uitstoot van glaswol (4,4 kg/m²) is bijna 2,5 keer zo hoog als die van cellulose (1,8 kg/m²). Voor de twee spouwmuren van samen 77 vierkante meter betekent dat 339 kilogram CO₂ met glaswol tegenover 136 kilogram met cellulose, een verschil van 203 kilogram in het voordeel van cellulose.

De lagere isolatiewaarde van cellulose leidt tot circa 3,8 kilogram extra CO₂ per jaar; over de levensduur van 50 jaar zo’n 190 kilogram. Per saldo houdt cellulose over 50 jaar nog steeds een voordeel van 13 kilogram CO₂. De casus laat zien dat een hogere isolatiewaarde niet altijd doorslaggevend is voor de CO₂-uitstoot, en dat cellulose na 75 jaar ook een lagere MKI en MPG heeft dan glaswol.

CO₂-opslag in materialen

De CO₂-uitstoot in Europa moet in tien jaar met 55% omlaag ten opzichte van 1990. Bomen en planten slaan tijdens hun groei CO₂ op, waardoor sommige materialen per kubieke meter meer dan een ton CO₂ kunnen vastleggen en zelfs een negatieve emissie kunnen hebben. De Europese norm EN 15804 kent deze vastlegging toe, maar de Nederlandse bepalingsmethode neemt dit nog niet mee.

Dit onderzoek baseert zich op een model van TNO waarin biogene koolstofopslag wel wordt meegenomen. Daaruit volgt dat biobased producten door CO₂-opslag netto de helft minder bijdragen aan klimaatverandering dan in het scenario zonder opname. De uitstoot van biobased producten vindt bovendien alleen plaats als ze aan het einde van de levensduur worden verbrand, terwijl het beleid juist inzet op hoogwaardig hergebruik. Het meenemen van CO₂-opslag geeft daarmee een realistischer beeld van de bijdrage aan het broeikaseffect.

Hergebruik en praktijk

De hergebruikcijfers van het NIBE kloppen vaak niet met de praktijk; het werkelijke hergebruik ligt voor bijna alle materialen lager. PIR heeft een werkelijk hergebruik van 1% in plaats van de vermelde 7%, vlasplaat 95% in plaats van 100%, terwijl cellulose juist hoger ligt, tussen 10 en 20% in plaats van 0%. Deze cijfers komen uit gesprekken met producenten en recyclers per materiaal.

Ook de levensduur is onzeker: bij renovatie en transformatie is de vraag of een materiaal echt 75 jaar wordt toegepast. Een kortere levensduur in combinatie met een hogere herbruikbaarheid kan een ander materiaal als beste keuze aanwijzen. Tot slot zijn sociale en gezondheidsconsequenties, van de bewoners en installateurs tot de arbeidsomstandigheden, het transport en het effect op de natuur, in de huidige vergelijking niet meegenomen.

Naar de instrumenten

In een co-creatiesessie met de gemeente zijn de uitkomsten vertaald naar implementatie en instrumenten. Voor de implementatie gaat het om het informeren van de sloopbranche over de status van vrijkomende materialen, het in beeld brengen van installatiekosten en toepasbaarheid bij aannemers, ruimte voor innovatieve materialen via pilotprojecten en een beslisboom voor de juiste materiaalkeuze.

Voor de instrumenten gaat het om gezamenlijke inkoop voor VvE’s en woningcorporaties via buyergroups, een directe koppeling tussen instrumenten en circulaire materialen, een aangepaste leverancierslijst, een eigen visualisatie per doelgroep, een vertaalslag naar andere woningtypen en gemeentelijk vastgoed, en consistent beleid waarin een aanpassing aan één instrument elders goed wordt verrekend.

Partners en methode

De verkenning is uitgevoerd door Spaak Circular Solutions en New Economy in opdracht van de gemeente Amsterdam, met Livio Bod als projectleider. New Economy verzorgde de milieuprestatiescores van de bouwmaterialen; Spaak leverde de eindrapportage en de sessies met de gemeente.

Lees ook de analyse van urban mining van bouw- en sloopafval en de verkenning naar een circulair grondstoffencluster.

Hoe te citeren

Spaak Circular Solutions en New Economy (2021). Verkenning circulaire isolatiematerialen. Beschikbaar via neweconomy.eco.

Download het rapport

Voorkant verkenning circulaire isolatiematerialen Amsterdam
  • Verkenning circulaire isolatiematerialen (PDF)Het volledige rapport met de methode, de scores per materiaal, de beste keuze per toepassing en de vertaalslag naar de instrumenten van de gemeente. Download het rapport (PDF)

Veelgestelde vragen

Wat onderzoekt de verkenning circulaire isolatiematerialen?

De verkenning beoordeelt vijftien circulaire isolatiematerialen voor dak, spouw en vloer op duurzaamheid en kosten, met een gereduceerde levenscyclusanalyse en de Milieu Kosten Indicator, om circulair isoleren in te passen in de instrumenten van de gemeente Amsterdam.

Welk isolatiemateriaal scoort het beste?

Voor de modelwoning is vlasplaat de beste keuze voor het dak, cellulose voor de spouw en LDPE-folie voor de vloer, gezien vanuit duurzaamheids- en financieel oogpunt.

Hoe zijn de materialen beoordeeld?

Met een gereduceerde levenscyclusanalyse, een Milieu Kosten Indicator van elf indicatoren en een Milieu Prestatie Gebouw-berekening, toegepast op een modelwoning van 67 vierkante meter met een levensduur van 75 jaar.

Waarom telt CO₂-opslag mee?

Biobased materialen slaan tijdens hun groei CO₂ op. Volgens een TNO-model dragen ze daardoor netto de helft minder bij aan klimaatverandering. De Nederlandse bepalingsmethode neemt deze vastlegging nog niet mee, waardoor het milieubeeld onvolledig is.

Wie voerde het onderzoek uit?

De verkenning is uitgevoerd door Spaak Circular Solutions en New Economy in opdracht van de gemeente Amsterdam, opgeleverd in maart 2021. New Economy verzorgde de milieuprestatiescores van de bouwmaterialen.

Verder lezen

Onderbouwde keuzes voor circulair bouwen en isoleren

Van materiaalkennis naar onderbouwde keuzes. New Economy berekent milieuprestaties en levenscyclus van bouwmaterialen en vertaalt deze naar beleid, instrumenten en concrete projecten.

Plan een gesprek
Scroll naar boven