Circulaire businesscases in de MRA: bouw- en sloopafval

Urban mining · Bouw en sloop · Metropoolregio Amsterdam

Circa €688 miljoen aan herbruikbare grondstoffen in bouw- en sloopafval

Een verkenning van circulaire businesscases voor reststromen uit bouw en sloop in de Metropoolregio Amsterdam, uitgevoerd met Metabolic voor de 33 MRA-gemeenten. De helft van de jaarlijkse materiaalwaarde gaat nu verloren in laagwaardige verwerking.

Begrippen op deze pagina
De kern

Vervuilende fracties zijn 10% van het volume, maar de helft van de waarde

In het bouw- en sloopafval van de MRA ligt jaarlijks circa €688 miljoen aan materiaalwaarde. Circa 50% gaat verloren doordat het terechtkomt bij laagwaardige verwerking. De meest vervuilende fracties — keramiek, bitumen, isolatie en gips — vormen circa 10% van het volume, maar circa 51% van de waarde. Apart inzamelen bij de bron en hoogwaardig verwerken maakt die waarde toegankelijk.

Download het rapport (PDF)
Voorblad rapport Circulaire businesscases in de MRA — bouw- en sloopafval
Weergave rapport
±€688 mln
jaarlijkse materiaalwaarde in bouw- en sloopafval (MRA)
±50%
gaat nu verloren in laagwaardige verwerking
€111 mln
jaarlijks houtverlies: 54% van het hout wordt verbrand of gestort
33
gemeenten in de Metropoolregio Amsterdam

De vraag en aanleiding

Voor de Metropoolregio Amsterdam is uitvoerig onderzoek gedaan naar urban mining van reststromen in de bouw en sloop: het terugwinnen van waardevolle grondstoffen uit gebouwen die worden gerenoveerd of gesloopt. De belangrijkste conclusie is dat er veel waarde in de regio ligt opgeslagen en dat er jaarlijks veel materiaal beschikbaar komt. Voor bouw en sloop ligt die waarde op circa €688 miljoen per jaar. Op dit moment gaat circa 50% daarvan verloren, doordat het materiaal terechtkomt bij verwerkingsmethoden die als laagwaardig gelden en de waarde van het materiaal niet optimaal benutten.

Op regionale schaal is wetenschappelijke data gecombineerd met kennis uit de markt om per MRA-gemeente de potentiële waarde van de reststromen in kaart te brengen. Daarmee wordt het mogelijk om concrete oplossingen te toetsen op haalbaarheid en de potentie voor waardecreatie per materiaalstroom te berekenen. Voor vijf materiaalstromen met een grote potentiële financiële waarde en milieuwinst zijn samen met het bedrijfsleven concrete businesscases verkend voor inzameling, recycling en hergebruik.

De database en methodiek

De geografische scope omvat alle 33 gemeenten van de Metropoolregio Amsterdam. Uit eerder urban-mining-onderzoek blijkt dat de grootste fracties bouw- en sloopafval bestaan uit zand en grind, beton, baksteen, steen, keramiek, glas, gips, staal en ijzer, koper, andere metalen, hout, papier, kunststoffen, bitumen en isolatie. Deze vijftien substromen vormen de materiaalscope.

Om inzicht te geven in de omvang langs de hele keten zijn de substromen gekwantificeerd over negen ketenstappen: materiaalinput (nieuwbouw), voorraad, renovatie, sloop, verwerking, downcycling, recycling, niet-herbruikbaar en niet-ingezameld of niet-traceerbaar. De basis vormt een onderscheid uit CBS (2017) tussen de voorraad woningen en niet-woningen per gemeente, vermenigvuldigd met materiaalspecifieke kengetallen uit urban-mining-rapporten. In een iteratief proces is de database verrijkt met interviews met bedrijven en verwerkers in de keten en met deskresearch.

Voor de milieu-impact is de EcoInvent-database (versie 3.4) gebruikt, met de tien belangrijkste impactcategorieën volgens de CML-baselinemethode. Voor elke materiaalstroom is gekeken naar het hele proces van extractie, verwerking en transport. De financiële waarde is bepaald op basis van de primaire (nieuw)waarde, omdat de secundaire waarde door gebrek aan informatie over hergebruik niet nauwkeurig te bepalen was.

Vijftien substromen op volume, waarde en milieu-impact

De vijftien substromen verschillen sterk in volume, financiële waarde en milieu-impact. Beton domineert het volume, maar de waarde concentreert zich in een handvol stromen: hout en isolatie zijn samen goed voor bijna 80% van de totale materiaalwaarde. Koper kent de hoogste relatieve milieu-impact.

MateriaalstroomVolumeAandeel volumeWaardeAandeel waardeMilieu-impact
Zand en grind151.738 ton10,5%€1,1 mln0,2%0,02%
Beton691.068 ton47,6%€30,1 mln4,4%0,09%
Baksteen121.950 ton8,4%€18,0 mln2,6%0,27%
Steen108.823 ton7,5%€4,1 mln0,6%0,92%
Keramiek6.924 ton0,5%€5,2 mln0,8%2,40%
Glas4.894 ton0,3%€0,2 mln0,0%1,65%
Gips33.452 ton2,3%€12,9 mln1,9%0,52%
Staal en ijzer27.904 ton1,9%€29,4 mln4,3%3,14%
Koper2.800 ton0,2%€16,1 mln2,3%55,43%
Andere metalen3.561 ton0,2%€7,0 mln1,0%19,60%
Hout143.418 ton9,9%€206,1 mln29,9%3,56%
Papier49.215 ton3,4%€4,9 mln0,7%6,72%
Kunststoffen4.182 ton0,3%€4,6 mln0,7%0,60%
Bitumen50.324 ton3,5%€12,6 mln1,8%3,21%
Isolatie50.268 ton3,5%€336,6 mln48,9%1,86%

Hoeveelheden per jaar binnen het MRA-gebied. Bedragen op basis van de primaire (virgin) grondstofwaarde. Milieu-impact als aandeel van de totale impact van bouw- en sloopafval.

Vijf kansrijke casussen

Niet alle waardevolle stromen zijn even kansrijk om verder uit te werken. Voor beton, koper en andere metalen bestaan al veel verwerkers en processen in de MRA. Het onderzoek richt zich daarom op kansrijke stromen waarvoor nog geen constante, lokale verwerking bestaat: keramiek, gips, hout, bitumen en isolatie. Hoewel deze vervuilende fracties samen circa 10% van het volume vormen, vertegenwoordigen ze circa 51% van de waarde. Doordat ze gedeeltelijk laagwaardig worden verwerkt, gaat naar schatting €34 miljoen per jaar verloren.

  • Hout — verwerking tot spaanplaat en OSB, of direct hergebruik van A- en B-hout.
  • Isolatie — één-op-één recyclen is technisch mogelijk; door de groeiende vraag zit er veel potentie in deze casus.
  • Gips — gebruikte gipsplaten verwerken tot nieuwe, circulaire gipsplaten; de toenemende vraag maakt dit kansrijk.
  • Keramiek — onderdeel van het apart afvangen van vervuilende fracties, zodat schone monostromen ontstaan.
  • Bitumen — afgevallen: het hoogwaardig verwerken bleek praktisch en kostentechnisch nog niet haalbaar door de benodigde zuiveringstechnologie.

Voor alle waardevolle reststromen geldt dat aparte inzameling essentieel is om hoogwaardige verwerking mogelijk te maken. Schone monostromen zijn meer waard dan vervuilde, gemengde stromen.

Hout: 30% van de waarde, grotendeels verbrand

Hout vormt circa 10% van de massa bouw- en sloopafval, maar staat gelijk aan circa 30% van de totale materiaalwaarde: €206 miljoen. Ongeveer 54% van die houtstroom wordt nu nog verbrand of gestort — een potentieel verlies van circa €111 miljoen per jaar.

€111 mln
potentieel jaarlijks verlies doordat 54% van het waardevolle hout wordt verbrand of gestort in plaats van hoogwaardig hergebruikt.

Er zijn drie houtcategorieën. A-hout is onbehandeld en heeft de hoogste waarde; B-hout is geverfd, gelakt of verlijmd; C-hout is geïmpregneerd of verduurzaamd en behandeld met stoffen als koper-, chroom- en arseenverbindingen die schadelijk zijn voor mens en milieu. A- en B-hout zijn goed te hergebruiken en te recyclen tot houtfabricaten, maar worden nu vaak laagwaardig verwerkt tot pallets of bijgestookt als biomassa. C-hout is niet recyclebaar en mag alleen in speciale installaties voor energieterugwinning. De kansrijke routes voor A- en B-hout zijn verwerking tot hoogwaardig spaanplaat en OSB, het opnieuw toepassen van vezels, en direct hergebruik van oude vloeren, balken en deuren.

Oogsten bij de bron

Om de waarde van de reststromen beter te benutten zijn in totaal veertien oplossingsrichtingen aangedragen. Selectief slopen levert grotere, schone monostromen op die meer waard zijn dan vervuilde, gemengde stromen. Voor het apart afvangen van waardevolle fracties bij de bron zijn vier richtingen verkend:

OplossingAanpakVoorbeelden in de regio
1. BronscheidingScheiden op locatie in aparte zakken of containers met compartimenten.BRL-SVMS-007, Rockcycle
2. Sloopadviseurs en scoutersGrondstoffenexperts die vóór de sloop de waardevolle fracties markeren en inventariseren.BRL-SVMS-007, Suez
3. Aparte ophaaldienstLastmile-logistiek voor het ophalen van waardevolle fracties met klein volume.Lastmile-oplossingen
4. Marktplaats grondstoffenVraag en aanbod van secundaire materialen koppelen vóór de sloop start.Excess Materials Exchange, New Horizon Urban Mining

Bronscheiding levert hoogwaardigere reststromen, maar vergt een flinke investering en is nu nog niet altijd rendabel: het is arbeidsintensief en vraagt tijd en ruimte op de slooplocatie. Een sloopadviseur (oplossing 2) hoort onderdeel te zijn van bronscheiding (oplossing 1). De marktplaats voor direct hergebruik (oplossing 4) kent de meeste energie onder ketenpartners: de potentiële waarde van herbruikbare bouwproducten ligt vele malen hoger dan de grondstofwaarde.

Haalbaarheid en barrières

In twee werksessies met bouw- en sloopbedrijven, afvalinzamelaars en verwerkers is de haalbaarheid van de oplossingen besproken. Bronscheiding wordt als veelbelovend gezien, maar hoge arbeidskosten en het gebrek aan ruimte en tijd op sloopplaatsen vormen belangrijke barrières. In dit stadium loont nascheiden vaak nog meer dan bronscheiden, hoewel nascheiding doorgaans leidt tot downcycling en waardeverlies.

De houtwerksessie maakte de huidige praktijk concreet: circa 97% van het hout komt ongescheiden aan bij verwerkers, en 76-90% van die stroom is niet bruikbaar voor spaanplaatproductie.

De belangrijkste belemmeringen die ketenpartners noemen:

  • Overschotten van B-hout, aluminium en staal drukken de marktprijs, waardoor storten goedkoper blijft.
  • Virgin gips is goedkoper en makkelijker te verwerken dan secundair materiaal.
  • Perverse prijsprikkels maken hoogwaardige verwerking vaak onrendabel; financiële prikkels zijn nodig bij stromen met een negatieve waarde.
  • Constante, schone reststromen zijn cruciaal voor recycling en productie, maar er is vaak onvoldoende volume.
  • Producentenverantwoordelijkheid rond demontabel bouwen zorgt voor betere verwerking in de toekomst.

Open database en rekenmodel

Zowel de database als het rekenmodel waarmee de hoeveelheid en waarde van de bouwmaterialen zijn ingeschat, zijn openbaar gemaakt. Daarmee is voor iedereen zichtbaar hoe groot de financiële potentie is wanneer op deze stromen een circulair verdienmodel wordt toegepast, voor de MRA als geheel en voor individuele gemeenten.

Het rekenmodel is activity-based opgezet: zowel horizontaal over de keten als verticaal per activiteit binnen een ketenstap. Per stap wordt onderscheid gemaakt tussen variabele kosten, vaste kosten, investeringen en verwerkingspercentages. Daaruit volgt een break-even volume dat wordt vergeleken met het beschikbare volume in de MRA. Zo wordt zichtbaar hoeveel volume minimaal benut moet worden om een verwerkingsroute rendabel te maken, en hoe investeringen vooraan in de keten zich vertalen naar hogere waarde aan het eind.

Aanbevelingen voor de MRA

  1. Zet in op pilotprojecten. Begin met concrete pilots, bijvoorbeeld rond selectief en circulair slopen, om de oplossingen in de praktijk te beproeven.
  2. Regel distributie en retourlogistiek. Organiseer de logistiek binnen de regio, eventueel via een of meer bouwdepots waar secundaire materialen tijdelijk kunnen worden opgeslagen.
  3. Ontsluit data op projectniveau. Maak data over bouw- en sloopprojecten en de vrijkomende materialen op projectniveau toegankelijk, zodat vraag en aanbod van reststromen bij elkaar komen.
  4. Stimuleer bronscheiding met beleid. Een belasting op nieuwe grondstoffen en eisen aan hoogwaardig hergebruik en demontabel bouwen maken bronscheiding rendabeler.

Eén marktplaats voor vraag en aanbod heeft de voorkeur boven losse, parallelle systemen: ketenpartners pleiten voor gezamenlijk ontsluiten en beheren van de data over vrijkomende en benodigde materiaalstromen.

Methode en bronnen

De materiaalstromen zijn gekwantificeerd over negen ketenstappen op basis van CBS-data (2017) en materiaalspecifieke kengetallen uit urban-mining-rapporten, verrijkt met interviews en deskresearch. De milieu-impact is bepaald met de EcoInvent-database (versie 3.4) en de tien belangrijkste impactcategorieën van de CML-baselinemethode. De financiële waarde is gebaseerd op de primaire (virgin) grondstofwaarde. De businesscases zijn doorgerekend met een activity-based rekenmodel en gevalideerd in twee werksessies met ketenpartners. Uitgevoerd door New Economy samen met Metabolic, in het kader van de circulaire doelstelling van de Metropoolregio Amsterdam. Database en rekenmodel zijn openbaar.

Deze verkenning brengt de circulaire waarde van reststromen in kaart via urban mining: het terugwinnen van grondstoffen uit de bestaande gebouwde omgeving. Ze laat zien hoe bouw en sloop kunnen bewegen van laagwaardige verwerking naar hoogwaardig hergebruik — een stap richting regeneratief bouwen. Lees ook de parallelle verkenning naar e-waste in de MRA.

Hoe te citeren

New Economy en Metabolic (2018). Circulaire businesscases in de MRA — bouw- en sloopafval. Verkenning van urban mining voor de Metropoolregio Amsterdam. Beschikbaar via neweconomy.eco.

Download het rapport

Voorkant rapport Circulaire businesscases in de MRA — bouw- en sloopafval
  • Circulaire businesscases in de MRA — bouw- en sloopafval (PDF)Het volledige rapport met de substroomanalyse, de vijf casussen, de oplossingsrichtingen en de aanbevelingen. Download het rapport (PDF)
Inzichten uit het onderzoek

Kerncijfers en lessen

De belangrijkste cijfers en inzichten uit de MRA-verkenning bouw en sloop. Elk inzicht verwijst naar de onderliggende analyse.

Uit dit project

Citeerbare inzichten

Cijfers, observaties en aanbevelingen uit Circulaire businesscases in de MRA: bouw- en sloopafval. Vrij te gebruiken onder CC BY 4.0, met bronvermelding.

Alle inzichten

Veelgestelde vragen

Erkenning & bronverankering

Urban mining MRA bouw- en sloopafval

New Economy en Metabolic maakten de materiaalwaarde in bouw- en sloopafval in de Metropoolregio Amsterdam expliciet. De analyse koppelt een open database aan circulaire businesscases voor de 33 MRA-gemeenten.

Hoeveel waarde zit er in bouw- en sloopafval in de MRA?

In het bouw- en sloopafval van de Metropoolregio Amsterdam ligt jaarlijks circa €688 miljoen aan materiaalwaarde. Circa 50% daarvan gaat nu verloren in laagwaardige verwerking.

Welke materiaalstromen zijn het meest waardevol?

Isolatie en hout vertegenwoordigen samen bijna 80% van de waarde: isolatie circa €337 miljoen (48,9%) en hout circa €206 miljoen (29,9%). Koper kent met 55% de hoogste relatieve milieu-impact.

Waarom gaat er zoveel waarde verloren?

De meest waardevolle fracties worden gedeeltelijk laagwaardig verwerkt of verbrand. Zo wordt 54% van het hout verbrand of gestort, een verlies van circa €111 miljoen per jaar, en gaat door downcycling van kansrijke stromen circa €34 miljoen verloren. Perverse prijsprikkels maken hoogwaardige verwerking vaak onrendabel.

Wat is bronscheiding en waarom is het belangrijk?

Bronscheiding is het apart inzamelen van materiaalstromen op de sloop- of bouwlocatie zelf. Het levert schone monostromen op die meer waard zijn en hoogwaardig kunnen worden hergebruikt, in plaats van vervuilde, gemengde stromen die naar downcycling gaan.

Wie voerde dit onderzoek uit?

New Economy voerde de verkenning uit samen met Metabolic, voor de 33 gemeenten van de Metropoolregio Amsterdam. Zowel de onderliggende database als het rekenmodel zijn openbaar gemaakt.

Praktische vragen

Veelgestelde vragen over bouw- en sloopafval in de MRA

Hoeveel waarde gaat er jaarlijks verloren door houtverbranding?

Circa €111 miljoen aan houtwaarde gaat jaarlijks verloren doordat 54% van het hout wordt verbrand of gestort, volgens deze verkenning.

Welke materiaalstroom is qua gewicht het grootst?

Beton is met 691.068 ton per jaar (47,6% van de massa) de grootste stroom, maar levert met €30,1 miljoen relatief weinig waarde.

Welk aandeel van de waarde zit in de vervuilende fracties?

De vervuilende fracties vormen circa 10% van het volume maar circa 51% van de waarde.

Over hoeveel gemeenten strekt de analyse zich uit?

De verkenning beslaat de 33 gemeenten van de Metropoolregio Amsterdam.

Hoeveel oplossingsrichtingen bracht de verkenning in beeld?

De verkenning bracht veertien oplossingsrichtingen in beeld, uitgewerkt in twee werksessies.

Hoeveel substromen zijn er onderzocht en met welke methode?

Er zijn 15 substromen onderzocht via negen ketenstappen, met EcoInvent versie 3.4 en de tien belangrijkste impactcategorieën.

Hoeveel waarde vertegenwoordigen staal en ijzer?

Staal en ijzer vertegenwoordigen circa €29,4 miljoen aan jaarlijkse waarde in de regio.

Op welke brongegevens is de materiaalstroomanalyse gebaseerd?

De materiaalstroomanalyse is gebaseerd op CBS-cijfers uit 2017.

Verder lezen

Urban mining voor regio, gemeente of keten

Van materiaalstromen naar concrete circulaire businesscases. New Economy brengt de waarde van reststromen in kaart en vertaalt die naar haalbare verdienmodellen voor regio’s, gemeenten en ketenpartners.

Plan een gesprek
Scroll naar boven