Een circulair grondstoffencluster koppelt de woningbouwopgave aan circulaire grondstoffen
Een ruimtelijk en economisch model voor een Circulair Grondstoffen Cluster (CGC) in Zuid-Holland, voor de sectoren beton, asfalt en afval. Ontwikkeld met Stec Groep, voor De Bouwcampus en de Verstedelijkingsalliantie Zuid-Holland.
230.000 woningen vragen om circulaire grondstoffen en ruimte
Tot 2040 moeten in de Zuidelijke Randstad 230.000 woningen worden gebouwd. Tegelijk moet Nederland in 2050 volledig circulair zijn. Het koppelen van de woningbouwopgave aan de circulaire transitie versnelt beide. Een Circulair Grondstoffen Cluster bundelt productie, recycling en verwerking van beton, asfalt en afval op één locatie, en is kansrijk wanneer de overheid stuurt op circulair grondstoffengebruik en ontwerp.
Download het rapport (PDF)
De vraag en aanleiding
Nederland streeft naar een volledig circulaire economie in 2050, met een tussendoel van 50% minder primair grondstoffengebruik in 2030. De bouw- en industriesector spelen daarin een hoofdrol: samen goed voor meer dan 50% van het grondstoffenverbruik en circa 60% van het energieverbruik in Nederland. Het Grondstoffenakkoord, het Betonakkoord en de Transitieagenda Circulaire Bouweconomie zetten de eerste stappen.
Parallel ligt er een grote woningbouwopgave: in de Woningdeal Zuidelijke Randstad is vastgelegd dat tot 2040 230.000 woningen moeten worden gerealiseerd, grotendeels binnenstedelijk op transformatielocaties als de Binckhorst in Den Haag en Schieoevers in Delft. Die opgave zet druk op bestaande bedrijventerreinen. Het koppelen van de circulaire transitieopgave aan de woningbouwopgave kan beide versnellen en versterken. Een Circulair Grondstoffen Cluster, waarin grondstoffen op een circulaire manier worden ontwikkeld, verwerkt en ingezet, kan daarin een belangrijke rol vervullen.
Het ruimtelijk- economisch model
Voor De Bouwcampus en de Verstedelijkingsalliantie Zuid-Holland is een eerste versie van een ruimtelijk en economisch model ontwikkeld. Dat model helpt strategisch na te denken over de locatie voor toekomstige productiecapaciteit in de regio, om circulaire en industriële symbiose te realiseren in de vorm van een cluster. Het model geeft inzicht in kansrijke businesscases, industriële symbiose en een ruimtelijk programma van eisen, uitgewerkt voor de sectoren beton, asfalt en afval.
Het model is opgebouwd rond een aantal randvoorwaarden en doelstellingen: ruimte voor industriële symbiose en toekomstige innovatie, efficiënte re- en upcycling van afvalstoffen tot nieuwe bouwmaterialen, het sluiten van grondstoffenstromen, optimaal (her)gebruik van hernieuwbare energie, een lage CO₂-footprint ten opzichte van de huidige situatie, en het streven naar een milieukostenindicator (MKI) van nul.
De Verstedelijkingsalliantie bestaat uit de gemeenten Delft, Rijswijk, Leiden, Dordrecht, Rotterdam, Schiedam, Den Haag en Zoetermeer, ondersteund door de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag en de provincie Zuid-Holland. Het traject bouwt voort op het eerdere co-creatietraject ‘Balans Wonen en Werken’.
Drie toekomstperspectieven
Per sector zijn drie oplopende toekomstperspectieven onderzocht, gebaseerd op de nationale doelstellingen en de bouw- en sloopopgave. Ze verschillen in duurzaamheidsambitie en kunnen door de overheid worden gestimuleerd via het gebruik van de milieukostenindicator (MKI) in aanbestedingen.
| Perspectief | Aanpak | Haalt de doelen? |
|---|---|---|
| 1. Efficiënter | Productie- en ontwerpprocessen blijven qua materiaalgebruik gelijk en worden enkel efficiënter. | Niet genoeg voor de klimaat- en circulariteitsdoelen. |
| 2. Urban Mine benutten | Deels duurzaam geproduceerde en hernieuwbare grondstoffen, deels materialen uit de Urban Mine. | 75% circulair in 2040 blijft onhaalbaar. |
| 3. Nieuwe productie en circulair ontwerp | Inzet van nieuwe productiemethoden en circulair ontwerp van producten. | 75% circulair in 2040 haalbaar; cluster het meest kansrijk. |
De perspectieven zijn opbouwend: elk volgend perspectief omvat het voorgaande en voegt ambitie toe.
Alleen het derde haalt de doelen
Het eerste perspectief, waarin de huidige productie van bouwmaterialen alleen efficiënter wordt, is niet genoeg voor de klimaat- en circulariteitsdoelen van Zuid-Holland. Ook in het tweede perspectief, het volledig benutten van de Urban Mine, worden de doelen niet gehaald: 75% circulair in 2040 blijft dan onhaalbaar. Pas in het derde en meest ambitieuze perspectief — met nieuwe productiemethoden en circulair ontwerp van producten — is 75% circulair in 2040 haalbaar, en is een Circulair Grondstoffen Cluster ook het meest kansrijk.
Om de doelen te halen blijft het van belang om in te zetten op toenemende efficiëntie, het benutten van de Urban Mine, het toepassen van innovatieve materialen en circulaire ontwerpprincipes voor levensduurverlenging van componenten en producten in de bouw.
Is een cluster kansrijk?
Als businesscase is een cluster kansrijk, mits vanuit de vraag- en overheidskant verder wordt gestuurd op circulair grondstoffengebruik en ontwerp om aan de nationale belangen te voldoen. De businesscase wordt in toenemende mate bepaald door de beprijzing van milieuschade: een CO₂-heffing en het gebruik van de milieukostenindicator in aanbestedingen maken circulaire productie aantrekkelijker.
De huidige productielocaties bieden ruimtelijk geen directe prikkel om te verplaatsen; wel ontstaat een externe prikkel doordat de woningbouwopgave druk zet op bestaande locaties. De belangrijkste overwegingen:
- Logistieke voordelen zijn het meest evident, maar op zichzelf niet voldoende om de stap te maken.
- Voor bedrijven die in de knel zitten — slecht bereikbaar of met groeiende verwerkingscapaciteit — wordt verplaatsing interessant.
- Wanneer energie een factor wordt, ontstaan meer kansen: beton- en asfaltcentrales zijn grote energieverbruikers, en een gedeelde duurzame energievoorziening draagt bij aan de ambities.
- Naast bestaande ketens kunnen nieuwe ketenpartners ontstaan, bijvoorbeeld rond algenproductie voor duurzamer beton of toegepast onderzoek op locatie.
Ruimtelijk programma van eisen
De ruimtedruk in Zuid-Holland is groot: door de woningbouwopgave en ruimteclaims vanuit energietransitie en klimaatadaptatie is er een tekort aan geschikte bedrijventerreinen, met name voor bedrijven in een hoge milieucategorie die een plek aan het water zoeken. De provincie zet daarom in op beter benutten van het bestaande areaal. Uit het model volgt een ruimtelijk programma van eisen voor een cluster gericht op de beton- en asfaltsector:
- Omvang — minimaal 5 tot 8 hectare netto als startomvang, met gefaseerde uitbreiding naar 10 tot 30 hectare; individuele kavels minimaal 1 tot 4 hectare.
- Milieucategorie — minimaal 4.1, eventueel in te perken met maatregelen zoals een verduurzamingsbudget of afspraken met marktpartijen.
- Bereikbaarheid — goed bereikbaar voor vrachtverkeer over de weg en direct ontsloten aan het water, bij voorkeur vaarklasse IV en optimaal vaarklasse V, met voldoende kadelengte.
- Energie — nabijheid van energie-infrastructuur en alternatieve warmtebronnen wordt een steeds belangrijker criterium bij de locatiekeuze.
Faserings- strategie
Een cluster start met een of twee grotere bedrijven uit de kern van de asfalt- of betonketen, eventueel aangevuld met een grote energieleverancier, op 5 tot 8 hectare. Dat vormt de basis om gefaseerd verder op te bouwen: afhankelijk van het succes en het commitment van ketenpartners moet uitbreiding naar 10 tot 30 hectare de komende decennia mogelijk zijn. Nabijheid tot het verstedelijkingsgebied is een belangrijke pré voor een aantrekkelijke businesscase, omdat een beperkte afstand tussen productie, recycling en verwerking de volumineuze grondstofstromen kort houdt.
Methode en bronnen
Voor de drie toekomstperspectieven is een ruimtelijk en economisch model ontwikkeld, met een verkenning van bestaande materialen en bedrijven, businesscases per sector (beton, asfalt en afval) en een vertaling naar ruimtegebruik en een ruimtelijk programma van eisen. Daarbij is zoveel mogelijk gebruikgemaakt van openbare data: sloopcijfers en afvalstromen van het CBS, bevolkingsprognoses van het PBL, bouwontwikkelingen uit rapporten van het EIB en milieukostendata (MKI) van publieke bronnen. Ontwikkeld door New Economy samen met Stec Groep, voor De Bouwcampus en de Verstedelijkingsalliantie Zuid-Holland.
Deze verkenning vertaalt de circulaire grondstoffenopgave naar een concreet ruimtelijk-economisch model. Ze laat zien hoe de bouw kan bewegen naar circulair grondstoffengebruik en lokale verwerking van materialen uit de Urban Mine — een stap richting regeneratief bouwen. Lees ook de verkenning naar urban mining van bouw- en sloopafval.
Hoe te citeren
New Economy en Stec Groep (2020). Naar een ruimtelijk en economisch model voor een Circulair Grondstoffen Cluster. In opdracht van De Bouwcampus en de Verstedelijkingsalliantie Zuid-Holland. Beschikbaar via neweconomy.eco.
Download het rapport

- Circulair Grondstoffen Cluster Zuid-Holland (PDF)Het volledige rapport met het ruimtelijk-economisch model, de drie toekomstperspectieven, de businesscases per sector en het ruimtelijk programma van eisen. Download het rapport (PDF)
Kerncijfers en lessen
De belangrijkste cijfers en inzichten uit de verkenning naar een Circulair Grondstoffen Cluster in Zuid-Holland. Elk inzicht verwijst naar de onderliggende analyse.
Veelgestelde vragen
Traject van De Bouwcampus
Het ruimtelijk en economisch model voor het Circulair Grondstoffen Cluster is ontwikkeld door New Economy samen met Stec Groep, in opdracht van De Bouwcampus en de Verstedelijkingsalliantie Zuid-Holland. Het traject bouwt voort op het eerdere co-creatietraject Balans Wonen en Werken van de Verstedelijkingsalliantie en De Bouwcampus.
Een Circulair Grondstoffen Cluster is een locatie waar productie, recycling en verwerking van bouwmaterialen uit de sectoren beton, asfalt en afval worden gebundeld, zodat grondstoffenstromen worden gesloten, energie wordt gedeeld en industriële symbiose ontstaat.
Tot 2040 moeten in de Zuidelijke Randstad 230.000 woningen worden gebouwd, grotendeels binnenstedelijk. Dat zet druk op bestaande bedrijventerreinen. Het koppelen van de woningbouwopgave aan de circulaire transitie versnelt en versterkt beide opgaven.
Alleen het derde perspectief, met nieuwe productiemethoden en circulair ontwerp van producten, maakt 75% circulair in 2040 haalbaar. Efficiënter produceren of alleen de Urban Mine benutten is daarvoor niet genoeg.
Een startomvang van 5 tot 8 hectare netto, met gefaseerde uitbreiding naar 10 tot 30 hectare en individuele kavels van 1 tot 4 hectare. De locatie moet bereikbaar zijn over weg en water (vaarklasse IV tot V) en dicht bij energie-infrastructuur liggen.
New Economy ontwikkelde het ruimtelijk-economisch model samen met Stec Groep, voor De Bouwcampus en de Verstedelijkingsalliantie Zuid-Holland.
Verder lezen
Circulaire strategie voor regio, gemeente of keten
Van grondstoffenopgave naar concreet ruimtelijk-economisch model. New Economy verkent circulaire businesscases, industriële symbiose en ruimtevraag voor regio’s, gemeenten en ketenpartners.
Plan een gesprek