Circulaire isolatiematerialen goed onderbouwd
Een verkenning van circulaire isolatiematerialen voor de gemeente Amsterdam, uitgevoerd met Spaak Circular Solutions. Vijftien materialen zijn beoordeeld op duurzaamheid en kosten via een gereduceerde levenscyclusanalyse, de Milieukostenindicator en de Milieuprestatie Gebouwen, om circulair isoleren in te passen in de instrumenten van de stad.
Vijftien materialen, drie winnaars
Gekeken vanuit duurzaamheids- en financieel oogpunt is vlasplaat de beste keuze voor het dak, cellulose voor de spouw en LDPE-folie voor de vloer. Daarnaast laat de verkenning zien dat de huidige rekenmethoden de milieu-impact onvolledig weergeven: CO₂-opslag in biobased materialen, het werkelijke hergebruik en de gezondheidseffecten ontbreken nog.
Download het rapport (PDF)
De opgave
De gemeente Amsterdam wil circulair omgaan met de bestaande stad. Met het programma Duurzaam Herstel investeert de stad om de bestaande bouw versneld te verduurzamen, via instrumenten zoals de VvE-aanpak, afspraken met woningcorporaties, de Energielening en subsidies zoals Aardgasvrij. De gemeente is opdrachtgever van deze verkenning. Spaak Circular Solutions voert het onderzoek als projectleider uit; New Economy levert de Milieuprestatie-scores van de bouwmaterialen en werkt aan de integratie in de instrumenten van de gemeente.
De verkenning kent drie doelen: het beoordelen van geschikte circulaire isolatiematerialen vanuit duurzaamheids- en financieel oogpunt, het inpassen van die materialen binnen subsidies, leningen en andere gemeentelijke instrumenten, en het delen van de kennis met relevante partijen.
Vijftien materialen
Van meer dan 35 isolatiematerialen op de Nederlandse markt zijn er vijftien beoordeeld, gekozen omdat ze relevant zijn in de huidige markt of kansrijk voor de toekomst. De beoordeling kijkt naar beschikbaarheid, prijs, CO₂-equivalente uitstoot, Milieuprestatie, hergebruiksmogelijkheden en toepasbaarheid binnen de instrumenten.
- Dak — aerogel, EPS, houtvezelplaat, mycelium, PIR, recycled katoen (metisse), stropanelen en vlasplaat.
- Spouw — aminotherm, cellulose, glaswol en steenwol.
- Vloer — LDPE-folie, perliet en PS-korrels.
LCA, MKI en MPG
De materialen zijn doorgelicht met een gereduceerde levenscyclusanalyse. De Milieukostenindicator (MKI), ofwel de schaduwprijs, bundelt elf indicatoren — van klimaatverandering en verzuring tot uitputting van grondstoffen — over de hele levenscyclus, uitgedrukt in euro’s per vierkante meter. De Milieuprestatie Gebouwen (MPG) verdeelt die kosten over de levensduur en verrekent de herbruikbaarheid, uitgedrukt in euro’s per vierkante meter per jaar. Hoe lager de MPG, hoe duurzamer het materiaal.
Voor de berekening is een modelwoning gebruikt: een tussenwoning van 67 m² in energieklasse D met een levensduur van 75 jaar. De beschikbare ruimte is 160 mm voor het dak, 70 mm voor de spouw en 300 mm voor de kruipruimte. De data komt van het NIBE, EPD’s, producenten, leveranciers, aannemers, verwerkers en brancheverenigingen, geverifieerd bij de Hogeschool van Amsterdam en C-Creators.
Scores per materiaal
Per materiaal zijn de CO₂-uitstoot, de herbruikbaarheid, de prijs en de Milieuprestatie bepaald.
| Materiaal | Plaats | CO₂-eq (kg/m²) | Herbruik | Prijs (€/m²) | MPG (€/m²/jaar) |
|---|---|---|---|---|---|
| Aerogel | Dak | 4,4 | n.b. | 260,00 | 0,017 |
| EPS | Dak | 11,0 | 5% | 100,00 | 0,095 |
| Houtvezelplaat | Dak | 15,5 | n.b. | 12,00 | 0,013 |
| Mycelium | Dak | 0 | n.b. | 22,00 | n.b. |
| PIR | Dak | 18,0 | 7% | 13,00 | 0,021 |
| Recycled katoen (metisse) | Dak | 3,0 | n.b. | 52,50 | 0,016 |
| Stropanelen | Dak | 3,3 | 55% | 10,00 | n.b. |
| Vlasplaat | Dak | 3,0 | 100% | 14,00 | 0,012 |
| Aminotherm | Spouw | 19,4 | 0% | 13,50 | 0,014 |
| Cellulose | Spouw | 1,8 | 0% | 21,00 | 0,005 |
| Glaswol | Spouw | 4,4 | 10% | 7,00 | 0,011 |
| Steenwol | Spouw | 6,0 | 10% | 4,00 | 0,026 |
| LDPE-folie | Vloer | 2,2 | 5% | 0,50 | 0,007 |
| Perliet | Vloer | 9,0 | 0% | 4,00 | 0,306 |
| PS-korrels | Vloer | 12,0 | 0% | 12,50 | 0,238 |
De beste keuze
Per categorie volgt uit de scores een beste optie, gekeken naar duurzaamheid en kosten samen.
- Dak: vlasplaat. Recycled katoen en vlasplaat hebben de minste CO₂-uitstoot. Stropanelen zijn het goedkoopst, maar de ruimte in de modelwoning is te klein voor de vereiste isolatiewaarde, waardoor vlasplaat de beste optie wordt, met bovendien de beste Milieuprestatie. EPS scoort het slechtst.
- Spouw: cellulose. Cellulose heeft de minste CO₂-uitstoot en de beste Milieuprestatie, aminotherm en steenwol de slechtste. De ruimte is krap, maar op de lange termijn is cellulose met een iets lagere isolatiewaarde toch voordeliger.
- Vloer: LDPE-folie. LDPE-folie heeft de minste CO₂-uitstoot, de laagste prijs en de beste Milieuprestatie. PS-korrels en perliet scoren het slechtst.
Casus cellulose en glaswol
Een hogere isolatiewaarde is niet altijd doorslaggevend voor de CO₂-uitstoot. De CO₂-uitstoot van glaswol (4,4 kg/m²) is bijna 2,5 keer die van cellulose (1,8 kg/m²). Voor de twee spouwmuren van samen 77 m² komt glaswol op 339 kilogram CO₂ en cellulose op 136 kilogram, een verschil van 203 kilogram in het voordeel van cellulose. De lagere isolatiewaarde van cellulose voegt over vijftig jaar circa 190 kilogram toe, maar zelfs dan houdt cellulose een voordeel van 13 kilogram CO₂. Bij een groter oppervlak loopt dat voordeel verder op.
Voorbij de methodiek
De Milieukostenindicator en de Milieuprestatie hebben beperkingen, en de verkenning neemt daarom vier aanvullende onderwerpen mee.
- CO₂-opslag. Bomen en planten leggen CO₂ vast tijdens hun groei, waardoor biobased materialen per kubieke meter meer dan een ton CO₂ kunnen opslaan. Volgens een model van TNO dragen biobased producten netto de helft minder bij aan klimaatverandering wanneer deze opslag wordt meegerekend. De Europese norm EN 15804 kent deze vastlegging toe, maar de Nederlandse bepalingsmethode neemt haar nog niet mee.
- Werkelijk hergebruik. De NIBE-cijfers wijken vaak af van de praktijk. Het werkelijke hergebruik van PIR is 1% in plaats van 7%, van vlasplaat 95% in plaats van 100%, en van cellulose 10 tot 20% in plaats van 0%.
- Levensduur. Bij renovatie en transformatie is het de vraag of een materiaal werkelijk 75 jaar blijft zitten; een kortere levensduur met een hogere herbruikbaarheid kan een ander materiaal als beste keuze aanwijzen.
- Sociale en gezondheidseffecten. De gezondheid van bewoners en installateurs, de arbeidsomstandigheden, het transport en het effect op de natuur blijven in de huidige methodiek buiten beeld.
Co-creatie sessie
In een sessie met de gemeente zijn richtingen voor implementatie en instrumenten verkend. Voor de implementatie gaat het om het informeren van de sloopbranche over de status van materialen, het in beeld brengen van installatiekosten en toepasbaarheid bij aannemers, ruimte voor innovatieve materialen via pilots, en een beslisboom voor de juiste materiaalkeuze. Voor de instrumenten gaat het om gezamenlijke inkoop via buyergroups voor VvE’s en woningcorporaties, een aangepaste leverancierslijst, een eigen visualisatie per doelgroep, een vertaalslag naar andere woningtypen en gemeentelijk vastgoed, en consistent beleid.
Conclusies en vervolg
Vlasplaat is de beste optie voor het dak, cellulose voor de spouw en LDPE-folie voor de vloer in deze modelwoning. De nuances rond CO₂-opslag, werkelijk hergebruik, levensduur en gezondheid hebben echter wel invloed op de impact, en de herbruikbaarheid, levensduur en installatiekosten verdienen toetsing met partijen die praktijkervaring hebben. De resultaten zijn toepasbaar op de financiële instrumenten waarmee de gemeente de stad versneld verduurzaamt.
Vervolgonderzoek ligt voor de hand: een uitbreiding naar meerdere woningtypen, een pilottoepassing ter bewijsvoering, aansluiting bij gemeentelijk vastgoed en bedrijfsterreinen, en wijk-specifieke analyses. Het herhaalpotentieel is hoog. De verkenning is uitgevoerd door Spaak Circular Solutions (Livio Bod, Martijn Savenije en Seleen Suidman) en New Economy (Jonah Link en Pepijn Duijvestein).
Lees ook de analyse van urban mining van bouw- en sloopafval en de verkenning naar een circulair grondstoffencluster.
Hoe te citeren
Spaak Circular Solutions en New Economy (2021). Verkenning circulaire isolatiematerialen. Beschikbaar via neweconomy.eco.
Download het rapport

- Verkenning circulaire isolatiematerialen (PDF)Het volledige rapport met de onderzoeksopzet, de scores per materiaal, de beste keuze per categorie en de aanvullingen voorbij de methodiek. Download het rapport (PDF)
Kerncijfers en lessen
De belangrijkste cijfers en inzichten uit de verkenning van circulaire isolatiematerialen. Elk inzicht verwijst naar de onderliggende analyse.
Veelgestelde vragen
De verkenning beoordeelt vijftien circulaire isolatiematerialen voor de gemeente Amsterdam op duurzaamheid en kosten, via een gereduceerde levenscyclusanalyse, de Milieukostenindicator en de Milieuprestatie Gebouwen, om circulair isoleren in te passen in de instrumenten van de stad.
Gekeken vanuit duurzaamheid en kosten is vlasplaat de beste keuze voor het dak, cellulose voor de spouw en LDPE-folie voor de vloer in de gebruikte modelwoning.
De Milieukostenindicator (MKI) bundelt elf milieu-indicatoren over de hele levenscyclus tot een schaduwprijs per vierkante meter. De Milieuprestatie Gebouwen (MPG) verdeelt die over de levensduur en verrekent de herbruikbaarheid, in euro’s per vierkante meter per jaar. Hoe lager de MPG, hoe duurzamer.
Biobased materialen leggen CO₂ vast tijdens de groei van planten. Volgens een model van TNO dragen biobased producten netto de helft minder bij aan klimaatverandering wanneer die opslag wordt meegerekend, maar de Nederlandse bepalingsmethode neemt deze vastlegging nog niet mee.
De gemeente Amsterdam is opdrachtgever, in het kader van het programma Duurzaam Herstel. Spaak Circular Solutions is projectleider; New Economy levert de Milieuprestatie-scores en de integratie in de gemeentelijke instrumenten.
Verder lezen
Circulair bouwen onderbouwd met data
Van materiaalkeuze tot gemeentelijk instrument. New Economy berekent de milieuprestatie en CO₂-impact van bouw- en isolatiematerialen en vertaalt deze naar onderbouwde keuzes voor woning, gebied en beleid.
Plan een gesprek