Scope 3 omvat alle indirecte broeikasgasemissies in de waardeketen van een organisatie — van ingekochte materialen en transport tot het gebruik en einde leven van verkochte producten. Het is de derde categorie binnen het GHG-protocol, naast de directe uitstoot van de eigen activiteiten (scope 1) en de uitstoot van ingekochte energie (scope 2). Voor de meeste organisaties is scope 3 veruit het grootste deel van de footprint — volgens CDP gemiddeld ongeveer driekwart, en in veel sectoren 70 tot 90 procent of meer — en daarmee ook de plek waar de meeste reductiewinst valt te halen.
Scope 1, 2 en 3 kort uitgelegd
- Scope 1 — directe uitstoot uit eigen bronnen, zoals brandstof in voertuigen en verwarmingsketels.
- Scope 2 — indirecte uitstoot van ingekochte energie, zoals elektriciteit en warmte.
- Scope 3 — alle overige indirecte uitstoot in de keten, zowel vóór (upstream) als ná (downstream) de eigen activiteiten.
De indeling komt uit het GHG-protocol, de wereldwijde standaard voor het meten en rapporteren van broeikasgasuitstoot.
Welke categorieën vallen onder scope 3?
Het GHG-protocol onderscheidt vijftien scope 3-categorieën, verdeeld over upstream en downstream. Veelvoorkomende posten zijn:
- Ingekochte goederen en diensten — vaak de grootste post, met de productie van materialen en grondstoffen.
- Transport en distributie — upstream en downstream vervoer in de keten.
- Woon-werkverkeer en zakelijke reizen — verplaatsingen van medewerkers.
- Gebruik van verkochte producten — de uitstoot tijdens de gebruiksfase bij de klant.
- Einde leven van producten — verwerking en afval na gebruik.
Waarom scope 3 lastig maar cruciaal is
Scope 3 ligt buiten de directe controle van de organisatie en is afhankelijk van data van leveranciers en klanten. Daardoor is het de moeilijkste scope om te meten, maar ook de belangrijkste: zonder scope 3 blijft het grootste deel van de footprint onzichtbaar. Een goede nulmeting brengt scope 3 zo volledig mogelijk in beeld, zodat reductiedoelen op de juiste plekken landen.
Scope 3 en de CSRD
Onder de CSRD en de bijbehorende ESRS-standaarden is rapportage over scope 3 verplicht wanneer die uitstoot materieel is — en dat is ze voor vrijwel elke organisatie. Een onderbouwde scope 3-berekening is daarmee niet alleen relevant voor klimaatdoelen, maar ook voor compliance. Lees meer over Nulmeting Compliance.
Hoe New Economy scope 3 in kaart brengt
New Economy berekent scope 3 op een datagedreven basis, met levenscyclusanalyses en ketendata als onderbouwing. Binnen Nulmeting Footprint en Product Footprint wordt de uitstoot per categorie en levensfase zichtbaar, zodat duidelijk wordt waar de grootste reductiekansen liggen.
Veelgestelde vragen over scope 3
Scope 1 is directe uitstoot uit eigen bronnen, scope 2 is uitstoot van ingekochte energie en scope 3 omvat alle overige indirecte uitstoot in de keten, upstream en downstream.
Het GHG-protocol onderscheidt vijftien scope 3-categorieën, verdeeld over upstream (zoals inkoop en transport) en downstream (zoals gebruik en einde leven van producten).
Omdat de meeste impact buiten de eigen poort valt: in de productie van ingekochte materialen en in het gebruik van verkochte producten. Gemiddeld is dat volgens CDP ongeveer driekwart van de footprint, in veel sectoren zelfs 70 tot 90 procent of meer.
Onder de CSRD is scope 3-rapportage verplicht wanneer die uitstoot materieel is. Voor vrijwel alle organisaties is dat het geval.
Met een nulmeting die de keten in beeld brengt en de grootste categorieën identificeert. Daarna kun je gericht data verzamelen en reductiedoelen stellen.
Wil je weten hoe groot scope 3 is voor je organisatie? Bekijk Nulmeting Footprint of Product Footprint, of neem contact op om de mogelijkheden te verkennen.