Kennisbank · CO₂ en koolstof

Welke CO₂ rekenen we eigenlijk mee in de MPG?

De MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) is de Nederlandse rekenmethode voor de milieu-impact van gebouwen — en rekent de CO₂ die in hout en andere biobased materialen ligt opgeslagen (nog) niet mee, terwijl de Europese norm EN 15804 die opname juist wél toekent.

Het lijkt er soms op dat we appels met peren aan het vergelijken zijn…

EN 15804Europese norm die negatieve emissies (CO₂-opname) toekent aan biobased producten in de A1-(productie)faseEN 15804
100 jaargrens waarboven langdurig productgebruik telt als netto CO₂-opname; korter telt als tijdelijke vastleggingIPCC-consensus · New Economy, 2020
7 kmhouten gordingen gered van de verbrandingsoven in een circulair ketenproject in de provincie Noord-HollandNew Economy & provincie Noord-Holland

Wanneer bomen worden gekapt voor industriële doeleinden, anders dan verbranding, wordt de CO₂ die in het hout is opgeslagen tijdens de groei behouden. Deze CO₂-opslag blijft van toepassing zolang het hout als product wordt gebruikt. Maar in veel gestandaardiseerde methodes voor het berekenen van de CO₂ impact van producten mag deze opslag niet worden meegerekend, of worden toegekend aan een product van hout. Dit geldt ook voor de veelgebruikte Nationale Milieudatabase, MKI en de gerelateerde MPG-berekeningen voor de (Nederlandse) gebouwde omgeving. In veel andere landen in Europa wordt de CO₂ opslag van hout en andere biobased materialen (vlas, hennep, cellulose) wél meegerekend. Sterker nog, in de Europese norm (EN 15804) worden negatieve emissies (opname CO₂) toegekend aan het gebruik van biobased producten in de A1 (productie) fase, terwijl de emissie in einde levensduur (bijvoorbeeld bij verbranding) wordt gerapporteerd in module D.

WeetjeEN 15804 kent negatieve emissies (CO₂-opname) toe aan biobased producten in productiefase A1, terwijl de einde-levensduuremissie (bijvoorbeeld bij verbranding) in module D wordt gerapporteerd — Nederland nam deze norm (nog) niet over in de Bepalingsmethode.

Hoe komt CO₂ eigenlijk in hout en biobased materialen?

CO₂ zit opgeslagen in alles om ons heen en vormt een natuurlijke koolstof kringloop. We kunnen grofweg onderscheid maken tussen (langcyclische) geologische CO₂-opslag, atmosferische CO₂-opslag, oceaan CO₂-opslag, minerale CO₂-opslag en (kortcyclische) koolstofopslag in planten en bodem. Geologische CO₂-opslag vindt plaats in de ondergrondse reservoirs, bijvoorbeeld waar de fossiele brandstoffen uit zijn gewonnen. Olie, gas en kolen zijn als ruwe grondstof oorspronkelijk natuurlijk ook biobased producten. Het grote verschil is alleen dat de bronnen waar we deze brandstoffen vandaan halen miljarden jaren oud zijn. Daarmee duurt het miljarden jaren voor die terug gegroeid zijn. Eeuwenlang was de koolstofvoorraad in balans, maar door verbranden van langcyclische bronnen is er een disbalans ontstaan. Een bijkomend probleem bij geologische opslag is dat de mogelijke opslaglocaties meestal ver verwijderd zijn van de CO₂-emissiebronnen.

Wetenschappelijk debat

Onder academici is er lang debat geweest of opslag van biogene CO₂ in levenscyclusanalyses (LCA) wel of niet meegerekend moet worden in klimaatbeleid van de IPCC. Er ontstond consensus onder een meerderheid van de wetenschappers: tijdelijke CO₂ vastlegging (d.w.z. korter dan 100 jaar) diende niet meegerekend te worden. Als bijvoorbeeld een houten product tijdelijk wordt gebruikt, zal na de gebruiksfase van het product de CO₂ weer in de atmosfeer terechtkomen. De vastlegging is daarmee tijdelijk. Inmiddels is het debat al een vervolgstadium ingegaan. In de Europese norm EN 15804 worden negatieve emissies toegekend aan biobased producten en wordt de tijdelijk opgeslagen CO₂ wél meegerekend. Nederland heeft deze norm echter (nog) niet opgenomen in de Bepalingsmethode. Terwijl in veel andere landen in Europa de CO₂ opslag van hout en andere biobased materialen (vlas, hennep, cellulose) wél wordt meegerekend.

Wanneer een product van hout wordt verbrand aan het einde van de levensduur komt er warmte en elektriciteit vrij. Deze warmte en elektriciteit kan, indien verbrand in een biomassacentrale, de benodigde energie die vaak afkomstig is uit fossiele bronnen (olie, gas en/of kolen) vervangen. Deze besparing in energie mag in veel LCA-rekenmethodes meegerekend worden als CO₂-besparing. Echter in Nederland gaat men er – in tegenstelling tot alle andere landen om ons heen – in de laatste versie van de NMD vanuit dat niet de landelijke energie-mix wordt bespaard in einde levensduur, waardoor de besparing laag uitvalt. Daarnaast zijn er nog vele andere opties naast het verbranden van een product aan het einde van de levensfase.

Biobased grondstoffenstromen ontlenen zich uitermate goed voor langdurig gebruik en nuttige toepassingen van de gebruikte grondstoffen. Wanneer biobased producten afgeschreven zijn, kunnen vaak oorspronkelijke elementen uit het product terug worden gewonnen, zoals bijvoorbeeld lignine. Daar kunnen weer nieuwe producten van gemaakt worden. En als dat niet meer kan, dan kan een product gecomposteerd worden, waardoor niet alleen de CO₂ terug in de kringloop wordt gebracht maar ook de andere gebruikte mineralen op een oorspronkelijk positie in de keten terecht komen. Dit principe wordt ook wel cascadering genoemd. Cascadering van biobased producten heeft om de hierboven beschreven mogelijkheden veel milieuvoordelen ten opzichte van producten die gemaakt zijn van abiotische grondstoffen.

Cijfer

EN 15804

Europese norm die negatieve emissies (CO₂-opname) toekent aan biobased producten in productiefase A1.

Bron: EN 15804
Inzicht

Biogene koolstof telt in NL (nog) niet mee

De Nationale Milieudatabase, MKI en de MPG laten de in hout opgeslagen CO₂ buiten de score; EN 15804 is niet opgenomen in de Bepalingsmethode.

Bron: New Economy · 2020
Aanbeveling

Reken met de 100-jaargrens

Neem tijdelijke koolstofvastlegging mee, met een heldere systeemgrens en cascadering van biobased producten.

Bron: New Economy · 2020

Van bos naar CO₂-opslag in de gebouwde omgeving

De rekenmethode voor CO₂ besparing door het verbranden van biomassa is eigenlijk alleen correct als het totale areaal aan bossen, en daarmee de CO₂-opname van het beboste gebied, gelijk blijft. Als we hout kappen, producten maken die we verbranden en niet opnieuw bomen aanplanten dan verstoren we de CO₂ balans. Dit komt omdat we dan eerder vastgelegde CO₂ de atmosfeer in laten gaan. Maar wat als we juist meer hout zouden gaan toepassen, bijvoorbeeld in de gebouwde omgeving? Stel we gebruiken hout in plaats van betonnen elementen in nieuwbouw, dan is er meer bos nodig. Als het aanplanten van meer bos zorgt voor een toename van het areaal, dan zal er netto meer CO₂-opslag plaatsvinden door het gebruik van hout.

Onderstaande afbeelding laat zien dat de productie van hout in de eerste jaren bijdraagt aan een toename van CO₂-opslag door bossen. Na 45 jaar worden de eerste bomen gekapt en gebruikt in houtproducten die als vervanging dienen voor betonnen muren en vloeren in de woningbouw. CO₂ wordt dus zo vastgelegd in een gebouw. Daarnaast wordt een flink deel van de CO₂-uitstoot vermeden doordat beton, met hoge gerelateerde CO₂ uitstoot, vervangen is als product. Over de jaren die volgen blijft de CO₂ opslag per hectare bos gelijk. De vermeden emissies door het vervangen van beton stijgen elke keer dat het bos gekapt wordt en het hout wordt ingezet voor de bouw. In deze afbeelding wordt er vanuit gegaan dat de producten niet langer meegaan dan 100 jaar. Indien de producten langer mee zouden gaan dan 100 jaar, vindt er netto een opname en daarmee vermindering van atmosferische CO₂ plaats (onderstaande afbeelding is qua cijfermatige onderbouwing iets wat gechargeerd).

Tijdlijn van CO₂-opslag door bos en houtbouw: na 45 jaar worden bomen gekapt en als bouwhout ingezet, waarna vermeden betonemissies cumulatief oplopen
CO₂-opslag in bos en de vermeden emissies door hout in plaats van beton, over de tijd. Bron: New Economy (illustratief, cijfermatig iets gechargeerd).

Opslag van CO₂, wel of niet meerekenen?

Tijdelijke CO₂-opslag hoeft niet alleen plaats te vinden door gebruik van hout. Zo kan beton bijvoorbeeld ook zorgen voor CO₂-opslag indien afgevangen CO₂-emissies via Carbon Capture & Utilization, worden hergebruikt in bouwproducten van beton met een lange levensduur hebben. Een Canadese start up injecteert beton met CO₂ waardoor het betonmengsel uithardt, sterker wordt en daarmee meerdere voordelen behaalt zoals een langere levensduur, meerdere mogelijke toepassingen en een tijdelijke opslag van CO₂ (weliswaar minder dan de van nature opgeslagen CO₂ in hout). Als deze CO₂ afkomstig is van biomassacentrales die gebruik maken van resthout en andere afvalstromen, dan vindt in theorie dezelfde tijdelijke CO₂-vastlegging plaats zoals met hout, maar deze methode kost wel energie. Ook deze CO₂-opslag mag met de huidige rekenmethoden niet meegerekend worden en toegekend worden aan een product. Een betonnen product zonder ingespoten CO₂ zal met deze rekenmethoden een lagere milieu-impact score krijgen dan betonnen producten waar wél CO₂ in opgeslagen zit omdat alleen het energiegebruik, en de daarbij behorende CO₂ uitstoot, meegerekend mag worden.

Klimaatverandering is een probleem dat nú opgelost moet worden. Daarom moeten we nu kijken naar oplossingen en focussen op een vermindering van de CO₂ uitstoot die tijdens de productie (lees: vandaag) plaatsvindt. Voor veel abiotische grondstoffen worden recycling credits toegekend aan producten die goed gerecycled worden aan het einde van hun levensduur, waardoor veel producten gunstig naar voren komen als op het eindresultaat wordt vergeleken. Maar hoe kunnen we garanderen dat de producten die wij nu de markt op brengen, over 50 jaar goed gerecycled gaan worden. Waar we wel zeker van zijn, is dat wat er nu geproduceerd wordt en welke CO₂-uitstoot daar vandaag bij vrij komt. Hier op korte termijn sturing aan geven kan op lange termijn ons wat meer ademruimte geven.

Wat zou het betekenen als de CO₂-opslag in materialen wel wordt meegenomen?

  1. Als een houten product of component, of ander product met CO₂-opslag, al dan niet gecascadeerd, langer dan 100 jaar wordt toegepast vindt er CO₂-opname plaats.
  2. Producten die minder dan 100 jaar worden gebruikt zorgen voor tijdelijke vastlegging van CO₂, en geven daarmee rekenkundig dus ademruimte wat betreft klimaatverandering.
  3. Wanneer duurzaam beheerde productie van hout toeneemt, en daarmee het totale oppervlakte van bebost gebied, zorgt hout voor een netto opname van CO₂-uitstoot.
  4. Het vermijden van milieutechnisch vervuilende, veelal abiotische grondstoffen door het te vervangen met bijvoorbeeld hout, zorgt cumulatief voor een vermindering van de totale CO₂-uitstoot over de tijd.

Wat betekent dit voor spelers in de bouw?

  • Je kunt ook producten met CO₂-opslag hergebruiken, bijvoorbeeld het hergebruiken van oude houten draagconstructie balken. Kijk hier voor ons circulaire ketenproject in de provincie Noord-Holland waar we 7 km aan houten gordingen gered hebben van de verbrandingsoven. Hiermee zorgen we voor een langere tijdelijke vastlegging van CO₂.
  • Kijk naar de Trias energetica en Trias Emergetica van gebouwen. Het doel van de Trias Emergetica is uiteindelijk een zo hoog mogelijke functievervulling te creëren met materialen met een zo laag mogelijke ‘embodied energy’ over een zo lang mogelijke periode.
  • Zoek als leverancier uit in welk door jouw gebruikte materialen de meeste CO₂-uitstoot plaatsvindt en meeste CO₂ wordt opgenomen. Dit kan bijvoorbeeld via onze nulmeting waarin we inzichtelijk maken waar je in 5 jaar tijd 80 procent van je verantwoordelijke CO₂-uitstoot kunt verminderen.

Veelgestelde vragen

Welke CO₂ rekent de MPG mee?

In veel gestandaardiseerde methodes voor het berekenen van de CO₂-impact van producten mag de in biobased materialen opgeslagen CO₂ niet worden meegerekend. Dit geldt ook voor de Nationale Milieudatabase, MKI en de gerelateerde MPG-berekeningen voor de Nederlandse gebouwde omgeving.

Hoe komt CO₂ in hout en biobased materialen?

CO₂ zit opgeslagen in alles om ons heen en vormt een natuurlijke koolstofkringloop, met onder meer kortcyclische koolstofopslag in planten en bodem. Wanneer bomen worden gekapt voor industriële doeleinden blijft de tijdens de groei opgeslagen CO₂ behouden zolang het hout als product wordt gebruikt.

Wat is EN 15804?

In de Europese norm EN 15804 worden negatieve emissies (opname CO₂) toegekend aan het gebruik van biobased producten in de A1-(productie)fase, terwijl de emissie in einde levensduur in module D wordt gerapporteerd. Nederland heeft deze norm (nog) niet opgenomen in de Bepalingsmethode.

Wat betekent het meerekenen van CO₂-opslag in de praktijk?

Producten die langer dan 100 jaar worden toegepast leveren netto CO₂-opname; producten korter dan 100 jaar zorgen voor tijdelijke vastlegging en geven daarmee rekenkundig ademruimte. Toenemende, duurzaam beheerde houtproductie zorgt bij een groeiend bosareaal voor een netto opname van CO₂.

Scroll naar boven